Alle boeken van Ann Driessen

Alle boeken van Ann Driessen

donderdag 17 september 2026

HELDEN BIJ DE KONING

Voor mij was 9 september 2025 een onvergetelijke dag, voor minstens 12 inspirerende Belgen wordt dat vandaag, donderdag 17 september 2026. Om 14u worden ze ontvangen op het paleis en kunnen ze zelf aan Koning Filip vertellen waarom en hoe ze zich onbaatzuchtig inzetten in onze samenleving.

Deze helden zijn, samen met het paleis, geselecteerd uit de 50 van de 150 kandidaten in het initiatief, BeHeroes, van het Prins Filipfonds/Koning Boudewijnstichting). De Koning wenst hun persoonlijk te bedanken en daardoor ook andere burgers te inspireren om zich onbaatzuchtig in te zetten voor de samenleving. De helden van dit jaar zijn tussen 26 en 68 jaar, mannen en vrouwen, met en zonder kleur of beperking, uit alle provincies: pater Stautemanss (Oekraine), Evelien Maerten (Troosttuin), Burak Köylü (Aktief), Saskia Benus (zorgboerderij), Lies Gielis (kleuterschool), Patrick Gerardy (Un monde meilleur), Alexandre Hemelaer (Tigerstorm), Aminata Kamate (Fondation Kalifa), Mahamat Haroun (Friendly Foot), Julien Vande Weyer (Un pas, un toit), Cynthia Simpson (Solidarité Grands Froids) en Karine Vanommeslaeghe (LichtBLICKE).

ONVERGETELIJK PALEIS

Ik was op 9 september in 2025 ook uitgenodigd op het paleis: wat een verrassing! Waarom? Omdat ik Agnes Steenssens als Be Heroe had opgegeven. Agnes zet zich al meer dan 25 jaar belangeloos, met hart en ziel en actie, in voor gedetineerden in Belgische gevangenissen via de vzw WithoutWalls (dit jaar 20 jaar). Ze ageert tegen de doodstraf en bezoekt terdoodveroordeelden in Texas.
Die dag zullen ‘mijn held’ Agnes en ik echt nooit meer vergeten: de vriendelijke ontvangst, de statige trappen, de schitterende Empire zaal, het gesprek met een aandachtige betrokken Koning Filip en minister van Binnenlandse zaken Quintin, de kennismaking met andere helden, … maar ook de stress van de trappen op en af gaan, van (vooraf) wat moet ik aantrekken en zal ik op tijd zijn? (dus te vroeg vertrokken), van de korte briefing, van zit mijn haar wel goed, van het wachten (en vermijden geknoei met koffie op mijn jurk), en vooral van: wat kan ik (en moet ik zeker) tegen onze Koning zeggen en wat niet. Een eenmalige kans die ik niet mocht verbrodden!  

Maar de stress voor en tijdens dat paleisbezoek bleek niet nodig: alles verliep vlot, vlekkeloos. De twee uur vlogen te snel om.  De mooiste herinnering heb ik toch wel aan de koning. Die sprak de 24 aanwezigen toe, voor hij aan elk tafeltje van 4 een persoonlijk gesprek had. Hij bedankte - gemeend, uitdrukkelijk en hartelijk - niet alleen de aanwezigen maar iedereen in ons land die zich op de een of andere manier belangeloos inzet.



BRIEF EN BOEK VOOR DE KONINGIN


Na afloop zat ik met het gevoel: heb ik nu echt gezegd wat ik wilde tegen de numero 1 van België? Wellicht niet of minstens onvoldoende: de echte helden gaf ik voorrang en zenuwen en tijdsgebrek speelden me parten. Maar ik had dat enigszins verwacht en voorzien: ik schreef vooraf een brief over mijn bekommernis en verdriet (tot op vandaag!) over de mensonterende omstandigheden in onze Belgische gevangenissen. Met ‘Voor Koningin Mathilde’ overhandigde ik het boek  ‘Gevangen geboren’, dat ik schreef met Renée én mijn brief. In de hoop dat Koning en Koningin boek en brief zouden lezen…


HET IS EN BLIJFT EEN SCHANDE

Misschien is het toeval, misschien niet (ik hoop van niet natuurlijk): enkele weken later toonde de Koning openlijk zijn bezorgdheid door gesprekken met gevangenismedewerkers en door een bezoek aan de gevangenis in Antwerpen. Zijn bekommering daarover zal nu, een jaar later, net als de mijne, ferm gestegen zijn: de overbevolking, de levensomstandigheden: ze zijn nog verslechterd! Ik vraag me - met hem? - af: wanneer komt er een einde aan die overbezetting? Aan het enorme gebrek aan medische en psychiatrische zorg voor gedetineerden en geïnterneerden? Aan de kwalijke hygiënische toestanden in bepaalde oude gevangenissen, bv. in Gent? 
Luister naar gedetineerden en gevangenispersoneel vertellen, lees de rapporten van de 37 commissies van de Centrale Toezichtsraad voor het gevangeniswezen, die waken over de eerbiediging van de rechten en de menselijke waardigheid van personen in detentie, enz. 
Dat mensen daar moeten leven of werken: het is een schande. En die schande blijft duren… Hoelang nog?

#koning #koningin #paleis #helden #beheroes #gevangenissen #centraletoezichtsraad


Met dank aan Boundbrakers en Koning Boudewijnstichting voor de foto’s.

Info: BeHeroes

zaterdag 22 augustus 2026

WAAR VOEL JIJ JE THUIS?

Wie in het buitenland woont of woonde - zelfs in België - vraagt zich wel eens af: waar voel ik me thuis? Hier of elders, in ons of in een ander land? Je ergens thuis voelen, wat betekent dat? Ik heb in mijn leven slechts in 3 landen gewoond, in minstens 5 steden in België en meer dan 40 landen bezocht. Vreemd genoeg… niet overal kreeg ik een kort of lang thuisgevoel, wel in Algerije, Nederland en België… ook in Japan, Thailand en China.

Verhuizen naar een andere stad en/of naar een ander land: ik moet toegeven, dat is soms ‘lastig’. In 3 verschillende landen heb ik gewoond, met elk een eigen geschiedenis, natuur, cultuur en sfeer. Het vroeg voortdurend ‘aanpassingen’. Reizen in 4 continenten (Amerika, Azië, Europa en Afrika) eist nog meer, hoe kort of hoe lang een verblijf ook is. Als je weet dat er 195 landen zijn, heb ik er niet veel gezien.

Een juni in Noorwegen...

Waar ben ik geweest?

West-Europa: België, Nederland, Luxemburg, Liechtenstein, Frankrijk, Corsica en Monaco, Duitsland, Oostenrijk, Zwitserland, Italië en Sardinië, Sicilië, Vaticaanstad, San Marino, Spanje, Madeira, Portugal, Griekenland, Groot-Brittannië, Schotland, Ierland. 
Noord-Europa: IJsland,  Finland, Noorwegen, Denemarken.
Oost-Europa: Tsjechië, Hongarije, Kroatië, Polen, Slovenië, Rusland.
Noord-Amerika (Virginia, Florida, California, North Carolina, Canada, Mexico, 
Curaçao.
Afrika: Algerije, Tunesië, Egypte, Zuid-Afrika.
Midden-Oosten: Israël, Turkije, Egypte.
Verre Oosten: China, Hong Kong, Japan, Laos, Thailand.
Zuidoost-Azië: India.

Een mei in China...

Waar woonde ik?

In eigen land woonde ik op meer dan 10 plekken, o.m. in As, Herk-De-Stad, Leuven, Kuringen, Runkst, Hasselt, Veurne, De Panne,  Westerlo, Antwerpen en Gent. Her en der met tegenzin, en eerlijk met de grootste ‘zin’ in Hasselt, Leuven, Antwerpen en Gent (nu mijn thuishaven).

In Algerije woonde ik 2 jaar in een kleine afgelegen stad, Sedrata, in het noordoosten. In Nederland 4 jaar in het aangename Amersfoort, op een boogscheur van Utrecht en Amsterdam. Mijn buitenlandse ‘missies’ waren dus beperkt… maar echt aangenaam, verrijkend leerrijk!

Een oktober in Algerije...

Die verhuizingen waren uitsluitend het gevolg van het werk van mijn man: een fabriek voorbereiden, opstarten of leiden. Ik deed zoveel mogelijk, met de nodige hindernissen, wat ik deed en nog altijd doe: schrijven. Ik vraag me zelfs af of dat schrijven me geholpen heeft of gered? Mijn aangeboren nieuwsgierigheid heeft me zeker geholpen. En ik houd, nog steeds, van mensen, van ontdekkingen, van schoonheid en ik wil nog altijd leren, weten en begrijpen...

Een oktober in Nederland...

Waar voelde ik me thuis?

In België, in Nederland en in Algerije. Het gevoel ergens thuis te zijn, zich thuis voelen, is moeilijk te omschrijven. Net als het Engelse woord ‘belonging’ is het moeilijk te ‘vertalen’ en te ‘vertellen’. Zich ergens thuis voelen heeft niet alleen te maken met er zich goed voelen, maar ook aanvaard en deel uitmaken van een gemeenschap op die plek. Ik heb dat gevoeld. En door mijn drie landen een en ander geleerd: ogen te openen voor mensen die anders zijn, die anders wonen, zich kleden en eten, voor mensen die verschillend zijn, die een andere taal spreken, andere tradities hebben of een ander geloof. Ik vond het leerrijk en boeiend maar ook confronterend, soms verwarrend. Het was (en is) soms moeilijk niet te oordelen en zeker niet te veroordelen… 
Je vooroordelen of vastgeroeste ideeën kennen en proberen uit te schakelen, is een uitdaging maar echt nodig. Ik moet toegeven: bepaalde gedragingen, levensomstandigheden, politieke, culturele en religieuze elementen maakten me wel boos, verdrietig, opstandig. Vooral armoede, ongelijkheid, discriminatie… omdat de belangrijkste slachtoffers bijna altijd vrouwen, meisjes en kinderen zijn.

Verhuistips nodig?

Voor wie wil, zal en kan verhuizen, geef ik graag enkele tips die het leven gemakkelijker maken... 
Een huis is niet zo belangrijk, maar een thuis wel. 
Probeer mensen te vertrouwen en niet te wantrouwen. 
Pas je aan, aan de gewoonten en gebruiken ter plaatse: shockeren wil je niet, vijanden maken ook niet. 
Zoek gelijkenissen: kleine kunnen verbinden, opvallende kunnen vervreemden of afstoten. 
Probeer niet op te vallen (door kledij of gedrag). Nederlanders hebben daar een mooie uitdrukking voor: steek je kop niet boven het maaiveld. 
Beleefd, bescheiden en nederig zijn, opent deuren in vele landen en culturen. 
Vergeet niet dat de tamtam in een kleine gemeenschap heel goed werkt: goed en slecht gedrag gaan als een lopend vuurtje rond… nog voor je mensen ontmoet!

Aanpassen?

Aanpassen is gemakkelijk als je de taal verstaat: dus in Nederland was dat geen enkel probleem (al worden taal- en cultuurverschillen toch snel duidelijk)… en in Algerije ook niet. Gelukkig kon ik daar in het Frans gesprekken voeren, een erfenis van de Franse kolonisatie tussen 1848 en 1954. Dat ik in beide landen werkelijk een thuisgevoel kon opbouwen, kostte enkele maanden inzet maar heeft tot op heden gevolgen: mijn band met bepaalde mensen en steden was en is gebleven, alsook het gevoel dat zowel Algerije als Nederland een stukje mijn (tweede of derde) moederland (vaderland) is…

#algerije #België #Nederland #thuis #reizen #wonen #belgeninhetbuitenland #vlamingenindewereld



vrijdag 24 juli 2026

EEN ZOMER VAN DODEN EN LEVENDEN

Als je in een groot gezin van acht kinderen wordt geboren en de zus van je mama ook zeven kinderen heeft - waarvan één er ook zes kinderen heeft - dan weet je dat je decennia lang gezegend bent met veel genegenheid en vreugde (geboortes, huwelijken en feesten), maar ook met veel verdriet (ziektes en begrafenissen)…

DODEN

Vreemd en jammer genoeg werd ik deze zomer geconfronteerd met zowel onverwachte en verwachte dood als met oud en nieuw leven. Over de doden kan ik eigenlijk niets dan goeds zeggen. Maar iemand die sterft, dat went niet, zelfs als je - net als ik - al je ouders, een broer en een zus, je schoonvader en enkele vrienden moet missen. Maar deze zomer was een te dodelijke maand. Afscheid was er van een zieke dappere broer, zijn dementerende schoonmoeder, een lieve gastvrije nicht, een zorgzame plusvader van twee neefjes, een oude Duitse vriend en de moeder van een collega die eerder haar echtgenot verloor… (over valpartijen, ontslagen, toekomstige operaties, enz. wil ik hier niet hebben). Zes verschillende doden, drie verschillende uitvaarten. Overal veel verdriet.

LEVEN

Gelukkig was er, als tegengewicht, op het afscheid van mijn broer en van mijn nicht, ook prettig nieuws: het huwelijk van zijn zoon, de glimlach van een prachtige Mexicaanse baby, het stralend gezicht van een toekomstige oma én enkele bijzondere ontmoetingen, al waren die zowel confronterend als aangenaam. Er was die lieve nicht die me ‘Peter en de Wolf’ liet horen toen ik geen 10 was. Ze is nog altijd die lieve nicht (net als haar zussen). Er waren minstens vier vrouwen en mannen - kinderen van nichten of neef - waarvan ik het geluk had hun tijdelijke of jarenlange babysit te zijn in Hasselt, Spanje of Washington. Het schiep een blijvende band en sympathie. Ze zijn zelf al ouder of grootouder... wat mij 'oud' maakt. En er was een uitzonderlijke ontmoeting met een dame, mevrouw T., die - hoe is het mogelijk! - 70 jaar geleden op mij, mijn tweelingzus en oudste broer babysitte… toen onze mama moest bevallen van haar tweede zoon… die in juni stierf. De cirkel is rond.

#dood #leven #babysitten #broer #nicht

 Foto: Acht kinderen in ons gezin: nummer 1, 4 en 5 leven niet meer...

dinsdag 30 juni 2026

MERAVIGLIOSO, PERICOLOSO E TROPPO DIFFICILE!

Prachtig, gevaarlijk en te zwaar, met andere woorden: nooit meer! Ik was opgelucht, tevreden en trots dat ik die martelende wandeltocht van Lago di Braies (Pragser Wildsee) tot Prato Piazza (Plätzwiese) in de Dolomieten aflegde, eh… overleefde.


Vijf wandeldagen in de Dolomieten, Zuid-Tirol, Italië, drie natuurparken waarvan een Unesco Werelderfgoed: het is nu of nooit, dacht ik. Met mijn 70+ moet ik er niet binnen een jaar of vijf aan beginnen. De eerste dag was al een voltreffer, in vele opzichten. Zo mooi maar nooit meer! Hoe mijn avontuur begon? Eerst met de bus van Dobbiaco naar Lago di Braies, ongeveer 15 minuten. Bij aankomst: een oogstrelend appelblauwgroen meer waarrond wandelen kan. Mijn man en ik kozen voor - zoals ‘opgedragen’ in de onze wandelbeschrijving – een helft ervan rechtsom stappen en dan het pad naar omhoog. Ik had niet alles van de beschrijving tot in de detail gelezen-begrepen, wel ‘lang en moeilijk’ gezien, maar, eerlijk gezegd, ik heb evenveel genoten als afgezien. En die tocht zal ik voor u proberen te beschrijven…

Het wandelen startte te laat - om 11u - want de 1ste bus kwam niet opdagen. Gewapend met hoge bergschoenen, in afritsbroek en T-shirt, met zonnecrème, zonnebril, pet, picknick, broodje kaas, appel en twee waterflessen (plus fleece en regenkledij die ik niet nodig had) konden we aan 1100 m stijgen beginnen. Opvallend weinig wandelaars voor en na: na afloop begreep ik dat! Je moet goed gek zijn om - badend in de zon of in de regen – al is het op een laag ritme dat traject af te leggen. Het 1 km lange turquoise meer verdampte tot een regenplas. Huurbootjes en toeristen werden ‘beneden’ onbeduidende streepjes en stipjes.

RAMPEN

Het pad slingerde verder, hoger en hoger, het landschap werd kaler en kaler… rotsiger en steniger, maar ook groots, weids, ontzaglijk. Zag of zou ik ooit nog zoiets zien? Neen, nergens. Niet in Zwitserland, niet in IJsland, Ierland of Schotland, niet in Noorwegen… zelfs de Grand Canyon in de VS verbleekte, voor mij, bij dat bergtoppenzicht.

Dat ik niet struikelde, viel of neerstortte was een klein wonder. Ik overdrijf niet (of een beetje). Ik moest me, met tussenpozen, geweldig concentreren, stap na stap, om niet het slachtoffer te worden van onderuitgaan, oneffenheden, uitglijden… Hoe dikwijls dacht ik onderweg: wat als er iets gebeurt? Ik zag in gedachte een scenario van een heuse rampenfilm waarin de hoofdactrice was. Sorry, toekomstige wandelaars, mijn verbeelding sloeg werkelijk op hol. Zal ik uitglijden? Neerstorten? Een val overleven? Kan een helikopter me redden? Nooit eerder had ik een dergelijk scenario bedacht, gevoeld, neen gevreesd. Kom ik heelhuids uit dit wandelavontuur zonder bloeddrukval, hersenbloeding of hartinfarct.? Ja, onderweg dacht ik gewoon aan alle mogelijke calamiteiten.


Twee vragen popten als popcorn al na een uur of vier, voortdurend op: hoelang duurt deze marteling nog? Zal ik dit hachelijk avontuur ongeschonden overleven? Ik kende de antwoorden niet. Op de derde vraag – nog zo’n wandeling? -  wel, met stelligheid: nooit meer! De toekomst voor mij ligt in veel minder moeilijke wandeltochten.

HOGER

Ik moest ook volhouden omdat ik niet kon stoppen, uitstappen of inkorten… of dat niet wilde (want er was blijkbaar wel 1 mogelijkheid om af te haken, nl. aan de Rossalm, waar we nota bene een koffie dronken, onder met muziek van een gitarist en een accordeonist). Naarmate we hoger en hoger ‘geraakten’, viel het op dat er niemand voor of na ons steeg, via hetzelfde stenige pad naar dezelfde eindbestemming. Dat bleef zo tot het eindpunt… door wat volgde begreep ik dat helemaal: bij een bepaalde etappe, aan een oranjekleurige koraalrotswand, hingen - gelukkig - stalen kabels om de bocht te maken en veilig te passeren! Ik greep ze met al mijn resterende kracht - niet veel - vast. Lossen kwam niet in mijn gedachte op. Spijt wel toen de kabels stopte en ik weer een rotsig (naar mijn oordeel te) smal pad verder moest volgen. Enkele lawines van stenen belemmerden een klein stuk van ons traject, maar niet onoverkomelijk: van ver leek de ‘oversteek’ onmogelijk, van dichtbij mogelijk. Al moest het op handen en voeten. Hoe dikwijls prevelde ik dan wel: Ann niet struikelen, niet vallen. Ik was de tel kwijt!


EMOTIES

Ik heb nooit eerder zoveel gezweet, gezucht, geklaagd (ocharm mijn medewandelaar-man), en zo dikwijls gestrompeld, gehijgd, gezucht en gestopt. Eigenlijk doorliep ik met gemak alle mogelijke emoties: bewondering, verwondering, extase, geluk, trots, tevredenheid, bezorgdheid, ongerustheid, twijfel, verwarring, hoogtevrees en… angst. Nooit zulke variatie aan gevoelens moeten doorlopen in 8 uur tijd. Want ja zolang duurde de beproeving, soms kwelling. Nooit zoveel schrik gehad tijdens een wandeling! Ik lach nog op de foto maar dat is pure show…

Ik dank niet God maar mezelf dat ik niet gevallen ben, neergestort ben, terwijl ik het lot heb uitgedaagd. Lang en moeilijk, schrijft Zuiderhuis (onze reisorganisator in de beschrijving) maar a.u.b. voeg de adjectieven ‘heel zwaar’ en ‘prachtig’, ‘ adembenemend’ erbij (nvdr: later enkel overtroffen door een wandeling rond de Tre Cime, Unesco Werelderfgoed).

REDDEN

Toch echt jammer dat een wandelaar op zijn tellen moet passen… letterlijk: op voeten, stappen, pad, wegeltje moet letten en niet constant met de neus in de lucht en de ogen op de weidse indrukwekkende omgeving kan voortbewegen. Die natuur, dat zicht op die bergtoppen… de Dürrenstein, Lungkofl, Jaufen, Rode Wand en Hoge Gaisl. A l kon ik niet zeggen welke top waar was. 

Achteraf dacht ik wel: wat als we op een ‘verwacht’ moment niet kwamen opdagen in ons hotel? Zouden ‘redders’ ons, op een bepaald uur, gaan zoeken als enkel onze bagage en niet wij arriveerden? En hoe? Met zaklampen, touwen, plooibare draagberrie en medische kit?  Met helikopter? Een veilige plek, laat staan eentje die in aanmerking zou kunnen komen voor een dalende heli, zag ik niet… En ‘iemand’ verwittigen? Heel hoog in de bergen werkte onze gsm niet… enkel de noodknop op de IPhone van mijn man… En wat als we geen zonovergoten dag (de onze) maar plots regen, storm of bliksemschichten ons overvielen? De tips van de reisorganisator - hoe gedragen bij slecht weer - had ik gelezen… maar niet onthouden. Mijn dikke fleece en regenbroek had ik in mijn rugzak niet mee, om mijn rug te sparen (wel na controle van het weerbericht).

BELONING

Mijn man liep voorop, soms te ver… en dat na een herstel van een openhartoperatie twee jaar eerder. Hij kon ‘het’ precies beter aan… of deed alsof? We zijn wel wandelaars, op overwegend  ‘platte’ bodems, geen getrainde of geoefende bergbeklimmers. Ik heb echt dikwijls willen opgeven en stoppen, maar dat ging dus niet. Op een bepaald moment bleven slechts twee mogelijkheden over: terug naar beneden of toch naar boven. De tevredenheid, opluchting, trots en voldoening bij aankomst op 2000 m hoogte was dan ook mateloos. En het geluksgevoel, enkel en alleen om de vaststelling: we hebben dit overleefd! Echt waar.

En de beloning, na die bijna 8 u marteling om 19u15 na 31.534 stappen? Het idyllische hotel Gaisl. Nooit eerder was ergens  ‘aankomen’ zo heerlijk en vriendelijk. Bezweet, met natte t shirt en bestofte schoenen (geen tijd om op te frissen en om te kleden want eten moest tussen 7 en 8) rechtstreeks - zonder boze of verwijtende blikken - mochten we aan tafel, getooid met een sneeuwwit laken… om na een deugddoend viergangenmenu in een ruime hotelkamer met uitzicht op bergen te douchen en niet meer te bewegen. Mijn voeten en lijf smeekten om water en platte rust. Mijn gevoel? Dit avontuur had ik niet willen missen, maar nooit meer!

WENSEN

Mijn wensen werden immers vervuld: ik viel niet (en hij ook niet!), gleed niet uit (niet noemenswaardig, noch met kwalijke gevolgen), struikelde niet, raakte niet gewond door vallende stenen, ik had geen zonnesteek, geen muggenbeten, ik was niet uitgedroogd of uitgehongerd, neergebliksemd of uitgeregend. Ik had geen bloeddrukval, appelflauwte, geen hartinfarct of hersenbloeding. Jaja, dat speelde echt bij momenten door mijn hoofd! ‘Oma is een schrikscheet’, zou mijn kleinzoon van negen zeggen. Een (tijdelijke) pijnlijke linkerknie, eksteroog en rechterteen na 14 km stijgen - geen spierpijn - kon ik als gevolgen gemakkelijk aanvaarden en verdragen. Ik was en ben een gelukzak! Maar, ik herhaal, het was adembenemend, maar nooit meer zulke wandeling, uitdaging, beproeving, marteling…


Ps. Wil je een prachtig uitzicht (met mogelijkheden van wandelen), zonder mijn tocht (6-7u, 14 km, 1100 m stijgen en 580 m dalen), neem de bus van Dobbiaco naar de Prato Piazza…

 

 

 

donderdag 21 mei 2026

EEN VERGIFTIGING NA EEN ZELFDODING...

Help, ik vergiftigde mijn dierbare prachtige dieffenbachia! Ik probeerde hem te redden, maar elke dag ging zijn toestand zichtbaar achteruit. De schitterende fiere witgroen bladeren gingen over naar een hangstatus… Ze verlepten en verbruinden. Ik had die plant in plaats van water azijn gegeven! Balen. Want na een ongeziene zelfdoding, gebeurde deze ongewilde vergiftiging…

Echt, ik houd van planten. Ik heb er meer dan 20 staan in mijn eetwoonkamer. Kleintjes en grote… met kleine, middelgrote en grote bladeren, met hoogtes tussen 10 en 60 cm…. En breedtes die ik niet ken. Ik houd van groen, veel groen, maar kan niet zeggen dat echt groene vingers heb. Ik doe echt wel mijn best om mijn groene kroost zo goed mogelijke te verzorgen, meestal op basis van advies van zij – websites, winkels, mensen - die het veel beter weten dan ik. En als ik met vakantie ben, zelfs voor enkele dagen, schakel een lieve buurvrouw in die waakt over mijn groen. En af en toe krijgen ze vitamines: water waarin 2 dagen bananenschillen weekten of een scheutje plantenvoeding.

GEEN OPZET

Maar o zo erg. Ik vergiftigde mijn Dieffenbachie! Niet met opzet, per vergissing. De twee gelijkende doorschijnende flessen stonden naast elkaar op het aanrecht… en ik greep de verkeerde! Was ik verstrooid, dromerig, in gedachten of in de wolken over iets? Ik weet het niet. Mijn vergissing merkte ik ’s anderendaags niet eens op, al hing er een heel licht azijngeurtje. Die geur wijdde ik aan het schoonmaken van mijn alu-wasbak. Drie dagen later trok die mijn aandacht omdat ze er naar mijn gevoel ‘bedrukt’ uitzag: afhangende bladeren zijn geen goed teken. Dat is, op een mensen toegepast, gelijkaardig aan ‘je oren laten hangen’ of ‘sip kijken’…

Ik drukte mijn neus in zijn pot: ik wist meteen wat er aan de hand was. Zo snel als mogelijk pakte ik de pot beet, liep de trappen af naar buiten, trok voorzichtig de plant uit zijn pot, schudde er alle aarde vanaf, spoelde de wortels, gaf hem een andere pot met pas gekochte potaarde… in de hoop, natuurlijk, dat hij er bovenop zou komen. Vergeefs gehoopt en gedacht.

GEEN REDDING

Mijn goedbedoelde manoevers hielpen geen fluit. Hij gaf langzaam de geest. In een ultieme poging om hem alsnog tot leven te wekken, verplaatste ik hem naar het terras, voor meer lucht en licht. Maar ook dat zorgde niet voor verbetering. Zijn bladeren verslapten totaal, zijn natte stengels kleurden bruin-rottig. Neen, hij was echt niet meer te redden. Uiteindelijk belandde hij in de groenbak van Ivago. O zo jammer, want hij deed het al maanden zo goed! Hij straalde want ik had de voor hem ideale plek gevonden! Ik was zo blij dat mijn Dieffenbachia achter de fotokaders van mijn dochters zich daar overduidelijk echt thuis voelde. Niet altijd gemakkelijk hoor: niet te warm niet te koud, niet in de tocht, genoeg, niet te veel en ook niet te weinig licht. Sommige planten zijn echt dramaqueens die op geen enkele plek gedijen, content zijn of stralen… Maar ja, mijn grove fout deed hem afzien en leidde tot zijn langzame maar zekere dood. Ik schaam me voor mijn onvoorzichtigheid en vergissing... en voel me o zo schuldig aan zijn dood.

TWEEDE SLACHTOFFER

Met dit verhaal zal ik geen lof oogsten of prijs winnen, wat ik met een vorig slachtoffer wel deed, nl. met het verhaal van mijn amaryllis. Die ‘verloor’ ik ook, niet door mijn fout (denk ik toch, tenzij een veel grotere pot hem zou hebben gered?), maar door zijn nachtelijke zelfdoding. ’s Morgens lag die gewoon horizontaal op de grond: ‘sprong’ hij uit de pot én van de kast? Het blijft een groot mysterie, waar noch ik noch mijn man schuldig aan zijn.

Gelukkig zit ik nu in een plantengroep op facebook waarin ik nuttige tips vind, al zijn die niet altijd eensluidend. Mister Google, madame Wikipedia of miss ChatGpT hielpen me ook al. Een verkeerde fles nemen, eentje met azijn in plaats van regenwater, dàt zal me nooit meer overkomen.

Hopelijk.


Ps. Waarom in hemelsnaam zijn mooie dingen van het mannelijk geslacht? Jawel, plant is een hij, geen zij. 



woensdag 29 april 2026

ONVERGETELIJKE BRITSE DAMES

Vorig jaar ‘ontmoette’ ik totaal onverwacht, tijdens een auto- en wandelreis in Zuid-Engeland, vier bijzondere vrouwen uit het verleden: 3 schrijfsters en 1 paleontologe. Ik kan ze niet vergeten: deze vrouwen met talenten, die ondanks dat gemakkelijk werden en worden vergeten en ondergewaardeerd waren-zijn-blijven. Daarom stel ik ze graag kort voor, ‘mijn’ dames: Jane Austen, Mary Shelly, Vita Sackville-West en Mary Anning.

                                                                      JANE (1755-1817)

Met mijn firsth lady, Jane Austen (1755-1817), maakte ik kennis in Southampton, de stad waar ze tussen 1806 en 1809 woonde (en ik 1 nacht en 1 dag bleef). In 2025 werden op vele plaatsten de 250 ste verjaardag gevierd van deze geliefde Engelse romanschrijfster. Zeg nu zelf: je moet (als vrouw) al van de wereld weg zijn geweest om niet ‘Pride and Prejudice’ - haar meesterwerk? - te kennen (door boek of film). In Southampton kon (en kan) je een Jane-Austen-trail (pad) volgen: dat voert je naar meer dan 20 plekken die een band hebben met haar. Ik zag er maar enkele… omdat de parken, het Ocean museum (Titanic-proces) en vertrekkende cruiseschepen mijn aandacht veroverden.


Ik koos, na mijn reis, haar boek ‘Emma’. Ik moest doorzetten, want it’ s not my cup of tea. Emma, Bates, Jane, Frank, Harriet… De theekransjes van de hoge burgerij, de diners, danspartijen en Emma’s pogingen om mensen te koppelen… ik werd het snel beu. Maar de film ‘Trots en vooroordeel’ vond ik een heerlijke tranentrekker. Maar ik besef - door alles wat door en over haar is geschreven - dat zij in en voor haar tijd echt-terecht een gevierde auteur was, misschien ook de eerste maatschappijkritische schrijfster? Ik onthoud ook Cassandra, haar zus en grootste fan. Zij schreef over Jane: ‘I have lost a treasure, such a sister, such a friend as never can be surpassed. She was the sun of my life, the gilder of every pleasure, the soother of every sorrow, I had not a thought concealed from her, it is if I had lost a part of myself’. Wat een zusterliefde! Cassanda zorgde ervoor dat na haar dood haar werk in de aandacht bleef. Jane was 41 toen ze stierf in Winchester, waar ze begraven ligt in de kathedraal! Prachtige kathedraal en dito graf! Ga kijken…

MARY (1799-1847)

Nummer 2 is Mary Anning wiens beeld en geschiedenis ik kon zien-achterhalen in Lyme Regis met zijn kalkstenen kliffen, waar ik ook overnachtte. Een uitzonderlijke autodidact met een geweldige passie: fossielen verzamelen met opgetrokken jurk, blote voeten, een mand aan de arm, uren dwalend op het strand. Zij werd en is onvergetelijk door o.m. twee vondsten: een compleet skelet van een Ichtyosaurus (vis-hagedis) toen ze 12 was, en van een Plesiosaurus (zeereptiel). Zonder opleiding kon ze haar vondsten heel goed beschrijven, tekenen en de exacte locatie vastleggen. Ze kreeg een toelage van British Association for the Advancement of Science! Maar ze kreeg borstkanker, stierf toen ze 47 was. Het strand van Lyme Regis met zijn fossielen is een aanrader, de film ‘Ammonite’ over haar ook.











MARY (1797-1851)

Mary nummer 2 is schrijfster Mary Shelly (Mary Wollstonecraft Godwin). Haar kwam ik tegen, tenminste haar graf, totaal onverwacht (vooraf niet voorbereid of bestudeerd) in Bournemouth aan de St Peterskerk Saint Peter’s Church, onderweg van parkeerplaats naar strand. Ik viel bijna achterover: zo’n onverzorgd, vuile grafsteen voor zo’n beroemde schrijfster! Iedereen kent toch haar onvergetelijke mysterieuze bestseller-horror-SF-verhaal ‘Frankenstein’? Wereldliteratuur, ontelbare keren herschreven, vertaald, verfilmd en opgevoerd werd. De dood was haar niet vreemd: ze verloor 4 keer een kind… en haar man! Een zoon overleefde haar.

VITA (1892-1962)

Van een totaal (voor mij toch) onbekende auteur, Vita Sackville-West kon ik haar originele schrijfkamer bewonderen in het torengebouw op het landgoed, Sissinghurst Castle Gardens. Via 78 treden raak je in verschillende kamers, maar de eerste, mooiste en belangrijkste is de schrijfkamer van Vita. Wat een juweeltje! Achtergelaten zoals het daar was toen ze stierf in 1962, met haar eiken bureau en Mexicaanse pot vol pennen (wel gerestaureerd in 2023). Om jaloers op te zijn (neen, ik gun elke auteur zijn/haar kamer... ik heb er ook een!) Het deed me meteen denken aan ‘A Room of One’s Own’ van Virgina Woolf, waarmee Vita speciaal bevriend was. Op de toren, een prachtig uitzicht op de door haar ontworpen tuinen met tal van romantische hoekjes. In het hoofdgebouw, beneden, nog een library. Daar en in haar werkplek vind je 4000 boeken! Het echtpaar Vita en Harold Nicolson had geld: zij dichter-schrijfster-tuinierster, hij diplomaat-schrijver. Vita’s huis 'Knole' in Kent met zijn 365 kamers, 52 traphallen, 12 ingangen en 7 binnenplaatsen staat nog op mijn te bezoeken-verlanglijstje. Haar gedicht ‘The Land’ of roman ‘Grand Canyon’ moet ik ook nog lezen. Maar er zijn nog zoveel wachtenden…


Ja, vrouwen met talenten, welke en waar ook: ze worden ook door ons, vrouwen, dikwijls vergeten. Ik ben blij dat ik deze vier even heb kunnen voorstellen… Maar wie kan er in Vlaanderen het best vertellen over o.m. Mary Shelly, Jane Austen en zovele andere schrijfsters, vooral Virginia Woolf? Juist, één naam: Magda Michielsens! Nodig ze uit! Kijk op: MOH

maandag 30 maart 2026

LANG LEVE JOMMEKE, BARNY, LOLA, MARIE...

Ken je Jommeke, Eddy, Marie en Paul, Lola en Barny? Neen, dat zijn mijn broers of zussen niet, ook geen collega’s of vrienden, en zeker geen film-, roman- of stripfiguren. Het zijn de dieren in schoolhoeve De Campagne in Drongen.

Ik was er de eerste keer, jaren geleden, met kleinzoon 1 en enkele maanden geleden, met kleindochter 1 en kleinzoon 2. Het bleef me bij. Misschien omdat mijn gezelschap van 1,5 en 3 jaar hen al even graag als ik zag stappen, kruipen, rennen, springen, eten of drinken! Maak kennis met enkele beestjes. Barny is een gepensioneerd Brits tinkertherapiepaard, Marie en Paul zijn wroetende minivarkentjes, Jommeke (wordt 15 dit jaar?) is een niet zo koppige ezel, Eddy een aaibare pony. Ik heb het dus over de dieren van die schoolhoeve of kinderboerderij (wat is het verschil?). Mijn bezoek aan die plezante bende dateert al van enkele maanden geleden, maar de kennismaking met hen bleef me wel bij.

CAVIA'S
                             

Kleindochter en kleinzoon vonden het geweldig dat ze enkele van die 30 krioelende wit-bruine-oranje cavia’s weegbree mochten voederen. Braaf bleven ze zitten, zoals opgedragen, op een bankje terwijl ze hun streepje groen aanreikten aan de knabbelend bende. Dat ze er zijn ‘per vergissing’ zijn, vertelden ik hun niet. Op de hoeve ‘dacht’ men - na de nodige inzet en inspectie - dat de mannetjes van de vrouwentjes veilig van elkaar gescheiden waren. Mis dus. Toevallig belandde een mannetje bij vrouwtjes met een ongelooflijke gezinsuitbreiding en een bijkomende zorg en attractie voor de hoeve tot gevolg.

BOWIE EN TOETJE














Maar na de bijzondere voeding was de pret nog lang niet op. Daarvoor passeerden we nog een witte geitjes, kakelende kalkoen, wollige schapen, de wit-zwart-bruine konijnen. En natuurlijk trokken we onze neus niet op voor publiekslieveling varken Lola (7 jaar) in haar moddergeploeter. Angela en Akaram, zwarte konijntjes,
Leo de pauw, geit mama Sia en haar kleintjes (ondertussen 
groot?) Bruce en lee, hun oma Bibi, geit Bowie met de sik, poes Toetie de muizenvanger… Zij werden stuk voor stuk opgemerkt. Zij (3) nam het voortouw maar haar broer van anderhalf deed niet onder: hij stapte dapper meer dan gewoonlijk met zoveel dierlijke aanwezigheid (normaal is het: ‘oma... opa pakken’). 
Dus ja, ik hoop dat die kinderboerdij daar ook na 2026 openblijft want even op één van de minitractoren rondrijden (of op de échte, oude, zitten), in een schommel zwieren, een pauw zien pochen, op een houten paard een ruiter lijken, de groeiende groenten leren kennen in de tuin, en - vooral - veel beestjes zien… o zo fijn!


Ps.  Opgelet: de beestenpopulatie wijzigt geregeld, maar er is altijd nieuw leven! De Campagne is elke dag open van 9u tot 16u. Op woensdag en in schoolvakanties tot 17u. Gesloten in het weekend en op feest- en brugdagen. Wat toch wel jammer is…



zondag 8 maart 2026

ODE AAN ALLE VROUWEN...


Ik breng vandaag, 8 maart, Internationale Vrouwendag, een ode alle vrouwen die ik graag zie, die ik ken, van dichtbij of van ver, van zien, van lezen of van horen. Ik heb een lange lijst… die niet volledig is.

Bovenaan prijken natuurlijk met stip mijn twee schatten van dochters die, ondanks de liefde én de gebreken van hun moeder, uitgegroeid zijn tot geweldige individuen met een eigen leven. Wat zij voor mij betekenen is niet te beschrijven. Daar heb ik als auteur zelfs geen woorden voor. Ik zou niet meer willen leven zonder hen…

En dan komen mijn bijna onmisbare zussen. Hun onvoorwaardelijke liefde, aanmoediging, betrokkenheid en steun is wonderbaarlijk. Niet iedereen heeft zulke zussen. In mijn dubbele familie zitten nog dergelijke uitschieters tussen nichten en schoonzussen.

Verder in mijn vrouwenrangorde staan vriendinnen, hechte en minder hechte. Er zijn er die bijna halfzussen zijn. Er zijn er die altijd zwijgen… maar toch meer die, regelmatig of onregelmatig, luisteren, spreken, steunen met een goed woord, een warm woord of zelfs met een onderbroek… en mijn fouten verbeteren!
Er zijn er die door dezelfde microbe gebeten zijn: vrijwilligerswerk. ‘Mijn’ vriendinnen wonen in o.m. in België, Nederland, Italië, Groot-Brittannië en Algerije. Ik waardeer ze, bewonder en probeer ze te steunen.

En tot slot zijn er vrouwen die - voor mij toch - opvallen, een voorbeeld stellen, een richting wijzen, iets leren, baanbrekend zijn op een of andere manier. Maar met veel enthousiasme, optimisme, kennis en vaardigheden. Het zijn mijn rolmodellen, vrouwen waar ik graag aan wil aanhaken, hangen, kleven… om te leren, om te leven, om te overleven. Onderaan vind je een beperkte en onvolledige inspiratielijst…

Dank aan alle vrouwen!


Vrouwen en organisaties die inspireren? Er zijn er zoveel! Om er enkele te noemen: Hilde Schuddinck, Phara de Aguirre, Elke Jeurissen, Erika Vlieghe, Isabel Albers, Sofie Lenaerts, Agnes Steenssens, Magda Michielsens, Alicija Gescinska, Gaea Schoeters, Amélie Nothomb, …

Fixdit, Expertendatabank, Rebelle vzw, Stichting Lezen en Schrijven, Janneke van Heugten, Vrouwen van het Rijksmuseum,…

Meer tips? Ze zijn welkom!

dinsdag 13 januari 2026

IK SCHREEF NAAR EEN DODE

Het klinkt misschien vreemd, maar ik schreef een mail naar een dode, aan uitgever-auteur-historicus Arnold Eloy. Het was niet de eerste keer dat ik dat deed: mijn vader en zus kregen ook al (onverstuurde) mails. Aan Arnold drukte ik op ‘verzenden’, want ik dacht: je weet maar nooit. Ik kreeg ook een antwoord: adres niet gevonden. Address rejected. Hoopte ik op een wonder?

Neen, ik wist heel goed dat Arnold op nieuwjaarsdag al drie jaar dood is, dat hij niet zou antwoorden... en ik geloof niet in geesten Maar ik dacht: misschien nam iemand zijn enorme boekencollectie over, waartussen ook vijf van mijn boeken zitten? Niet dus. Alle contact is verbroken, gedaan, afgesloten. En dat hoort ook zo voor mailadressen van mensen die overleden zijn.


Wat bezielde me toch om die boeken-, kunst- en cultuurliefhebber, ook historicus, uitgever en publicist te mailen? In geesten en spoken geloof ik niet. Ik denk dat het gewoon een laat eerbetoon was voor alles wat deze veelzijdige duizendpoot deed bewegen, instigeerde, inspireerde, organiseerde en presteerde. Ik heb hem slechts tussen 2018 en 2021 enkele keren ontmoet: die magere man met brilletje, ringbaardje, grijs haar, die het slechts over één onderwerp had: boeken, boeken, boeken, nieuwe maar ook oude en alles erin en errond. Beetje guitig was hij ook. Lichtjes in zijn ogen bij het vertellen van ontelbare weetjes en verhalen over recente vondsten en wetenschappelijke ontdekkingen,…

BOEKEN

Arnold Eloy leefde vele levens: het laatste als antiquaar, tussendoor als KBOV-lid, vals kunstgaleriehouder in Sint-Martens-Latem (waar hij woonde), en vroeger als bezieler en medestichter van Objectief ’70, Muzekot en WESP in Veurne, waar hij werd geboren.

Maar zijn grootste liefde sinds jaar en dag waren boeken. Liefst wetenschappelijke boeken, over mens, natuur en wetenschap. Zijn geloof in het papieren boek was rotsvast, zijn kennis van zaken over zijn en andere boeken ongelooflijk, maar zijn financiën, kon hij moeilijk de baas. Typisch voor denkers, idealisten en dromers?

Arnold was een gedreven man, auteur én uitgever. Auteur was hij van o.m. ‘Een vizie op de dood’, ‘Gentse penningen’, ‘Oud landbouwgereedschap’, ‘De schoorsteenveger’, ‘Willibrord en Bonifacius’, enz. En hij was een onalledaagse kleine onafhankelijke uitgever van wetenschappelijke boeken (maar een lijst vind ik nergens). Boeken die moeilijker de weg naar een publiek vinden maar die hij een kans gaf. Daarom zet ik hem het liefst in de bloemen, maar omdat dit niet meer kan, enkel in de aandacht en ik geef hem een ster.

BOEKLIEF

Tegen alle stromen in probeerde deze doorzetter zovele mogelijk interessante boeken te verzamelen, te vertroetelen, in de kijker te zetten en te verkopen. Hij deed dat tussen mei 2018 tot eind 2021 in een antiquariaat Boeklief - de naam alleen al zegt veel over deze mens - waar hij met veel liefde sprak over zijn ‘kinderen’, zijn boeken, zijn aanwinsten. Of hij een lief vond en had, weet ik niet, maar zijn liefde voor boeken was grenzeloos: op het einde van zijn leven had hij zeker 5000 titels.

Ik zie hem nog als ik mijn ogen sluit. Slenterend van rek tot rek slenterde - fier en met veel uitleg - aaide hij een kaft, een cover, koos voorzichtig en met een zachte greep een boek, opende het langzaam en bladerde er bedachtzaam in, terwijl hij als een verliefde puber naar (vooral) oude letters en woorden staarde… en onophoudelijk in een sneltempo uitleg gaf.

Zijn antiquariaat in de Koning Albertlaan, bij het station in Gent, was deels ook een tweedehandsboekwinkel: ik mocht er vijf exemplaren van ‘Het moest maar eens waar zijn’ in consignatie geven. Of ze verkocht zijn of niet, weet ik niet. Een bericht daarover of bedrag daarvoor kreeg ik nooit. Maar dat geeft niet. Al vraag ik me wel af waar zijn al zijn 5000 boeken naartoe? Hopelijk hebben ze een warme of bijzondere bibliotheek gevonden, in een of andere stad, bij een of andere organisatie of een of andere universiteit? Laat het me weten, lezer, als je het weet. 

DUIZENDPOOT

Arnold Eloy was mijn uitgever niet, maar een West-Vlaming die in Gent bleef plakken, die - sinds 1989 - met zijn uitgeverij ‘Stichting Mens en Kultuur’, later Mens&Cultuur Uitgevers, wetenschappelijke auteurs kansen gaf, vooral auteurs die zich verdiepten in de geschiedenis of in de natuur en zochten naar een meer gespecialiseerd publiek. Zijn ‘Compendium van rituele planten in Europa’ van M. De Cleene uit 1999 werd zelfs vertaald. Hij was ook 40 jaar lang een graag gezien bestuurslid- lid- bibliothecaris van de Koninklijke Bond van Oost-Vlaamse Volkskundigen (KBOV), ook door boekbesprekingen voor het magazine Oost-Vlaamse Zanten.
Voor zijn boeken - en de wetenschap - was geen enkele moeite hem te veel: zijn ‘Boeklief’ of een of andere beurs, bv. op de Ajuinlei of in de Sint-Niklaaskerk. Hij leek onvermoeibaar, maar was het dus niet. Zijn boekdromen werden op nieuwjaarsdag 2022 geveld door corona. Jammer. Proficiat voor je rijkgevuld boeken- liefde en leven. Het had veel langer mogen duren…

 

#boeken #auteur #uitgever #uitgeverij #boekenlief #boekenliefde #historicus #KBOV

 

zondag 21 december 2025

WENSEN VOOR MENSEN

 

MIJN WENSEN VOOR JULLIE? TROUWE LEZERS?

Vrede, vreugde, verbondenheid...
een bijzondere ontmoeting, 
een aangename verrassing, 
een interessante ontdekking, 
een deugddoend rustmoment, 
een wens die werkelijkheid wordt... 
en natuurlijk af en toe een plaats en tijd voor een goed boek!


Boeken: 

ze amuseren en ze leren je zoveel meer dan je denkt!
Daarom is een boek als geschenk 
altijd en op elk moment van het jaar 
een heel goed idee...


Over Wereldoorlog I: 
De Groote Oorlog van René
De Schat van Merkem

Over mensen hier en daar: 
Kinderen toegelaten
Mijn Algerije

Over psychiatrische patiënten: 
Gevangen geboren
Oorlog in mijn hoofd

Over volkskunde:
Het moest maar eens
Het Ossenboek


Meer informatie nodig?

Boeken van Ann Driessen


Bestellen?

boekenvanann@gmail.com

Standaard Boekhandel

Wil je dat ik kom voorlezen uit mijn boeken? 

Ik kom graag, naar elke klas, vereniging, club, verzorgingstehuis, 

instelling, opvangtehuis, gevangenis, enz. 

De vergoeding is afhankelijk van afstand (voor mij) en vermogen (van de luisteraars).


Tot in 2026 met meer nieuws!


zaterdag 13 december 2025

HERINNERINGEN ZIJN BELANGRIJKER DAN JUWELEN

Ik erfde van mijn Siciliaanse oma, nonna, juwelen. Wat ze waard zijn, heeft eigenlijk geen enkel belang, maar de warme herinneringen blijven. Robert den expert schat de huidige waarde. Die stelt me niet teleur, doet me ook niet schrikken, maar verbaast en verwondert me wel. Ik ben nu armer dan ik denk, maar ik blijf wel heel rijk...

De juwelenschatting won ik als prijs in de vrijgezellenwedstrijd van mijn dochter (met dank aan sponsors Céline en Rob) 4 jaar geleden. Gelukkig mocht ik, lang na datum, onlangs toch een afspraak maken met een charmante expert. Groot, slank, met een innemende lach wacht Rob mijn man en ik op. Zijn hele wezen en gedrag ademt 45 jaar ervaring uit: hoe hij elk juweel aanneemt, vastpakt, bekijkt, observeert, bestudeert, weegt, berekent, herberekent, en tussendoor tabellen en andere gegevens digitaal raadpleegt. Ik staar naar een ongelooflijk en perfect samenspel van ogen en vingers, kennis en ervaring.

Time is ook money. Robert den expert is ook Robert den snelle. Tijdens zijn professionele handelingen slaagt hij erin om een pak ambachtelijke kennis en interessante wetenswaardigheden te citeren. Aan dezelfde vitesse als zijn daden, wat me het noteren bemoeilijkt. Het resultaat? Ik ben niet teleurgesteld en ik schrik niet, maar ben wel verbaasd en verwonderd over zijn schatting, o.m. van uurwerk en ring met diamanten en platinum. Een derde van wat ik dacht. Maar is dat wel belangrijk? Eigenlijk niet. Ik heb er al sinds 1967 van kunnen genieten, op verschillende manieren.

NONNA

Ik kreeg de ring en het uurwerk van mijn oma, mijn Siciliaanse oma, nonna. Lang voor haar dood. Ze was dol op juwelen, kledij en bloemen (vooral rozen). Enkel die laatste liefde erfde ik van haar. Maar dat ik, als puber, op een dag zo’n schat in ontvangst mocht nemen! Alleen ik, een van haar acht kleinkinderen, omdat ze mijn doopmeter was: dat gaf me een heel speciaal gevoel. Ik was voorheen, toen en voor altijd hoe ze me noemde, ma petite chérie. Ze gaf me het gevoel dat ik niet alleen geliefd maar ook belangrijk was. Bij die ring en dat uurwerk zat een klein briefje: ‘Pour ma petite filleul Ann’, in het handschrift van mijn opa. Dat bewaar en koester ik.

HERINNERINGEN

Mijn herinneringen aan haar (over haar groot verdriet schrijf ik later) zijn blijvend, gebakken en geslepen in mijn hart, in mijn geheugen en mijn lijf. Ze verwende me, ze verwende ons: ze was een oma die naar de winkel ging om fruit voor ons te kopen en kommen rode Sint Jansbessen plukte in haar tuin, schoonmaakte, met suiker bestrooide en aan mijn vader mee gaf. Zij trok met elke van ons - al waren we daar toen niet happig op - naar de mooiste kledingwinkels in Genk om een outfit te kopen voor een eerste of plechtige communie. Haar Sint en Paasklokken brachten een overvloed aan chocolade voor alle kindermondjes. Misschien speelde toen mee dat we niet arm, maar ook niet rijk waren. In ons huis ging enkel een fortuin naar onze studies én naar boeken: niet naar luxe, niet naar kledij, niet naar juwelen… Gelukkig.

VIJFTIG JAAR LATER

Ik heb die juwelen, uit schrik voor diefstal en uit schaamte voor hun grootheid en (vermeende) waarde, zelden gedragen. Meer dan vijf decennia, leefde ik in de waan dat ik superdure juwelen in mijn bezit heb! Ik voelde me rijk. Dat ‘gevoel’ moet ik nu bijstellen. Enkel op financieel vlak. Al mag ik niet klagen: ze zijn samen toch nog 2000 euro waard.

Hoe het komt dat dat mijn erfstukken zoveel in waarde daalden? Niet de waarde hebben die ik dacht of dacht te weten? Robert den expert geeft daar gegronde redenen voor: de enorme daling van de prijs van diamanten/briljanten (cfr. de vele artificiële ), de halvering van de prijs van platinum (terwijl de goudprijs verdubbelde), de oude setting, de noodzaak van het herslijpen (met risico), enz. Ja die ring. Een ongemakkelijke schitterende knoerd aan mijn vinger. En een uurwerk zo groot dat je het uur niet eens kunt lezen. In die tijd was het enkel een juweel, een stoefobject en dus niet om het uur, te kennen. Onverkoopbare schoonheden dus, zonder herslijpingen, maar wel met een onvergetelijke geschiedenis.

COMPENSATIE OF TROOST

Ik herinner me dat mijn goedgelovige juwelenminnende, verwende (door haar man) nonna, na een inbraak in haar huis juwelen verloor … en nieuwe wilde/kocht/kreeg. Was ze zo verknocht aan juwelen omdat ze er nooit kreeg van haar ouders? Omdat ze er graag mee wilde opscheppen? Of om het gevoel van niet aanvaard zijn - als buitenlandse en Nederlandsonkundige - in zijn familie te compenseren?  Of was het haar enige troost voor een nooit voorbijgaand gemis?

ROBERT

Bedankt Rob-Robert, maar vooral bedankt nonna, niet alleen voor je geschenken, maar voor je liefde, gulheid, warmte. Niet je juwelen, maar jij bent voor mij onvergetelijk. Ik miste je dikwijls. Je verwende mij vooral met je aandacht, met je liefde. Dat gevoel verwend te zijn geweest, nemen ze me niet af, nooit meer. Dat is wat telde en wat telt, dat is wat blijft, dat is wat ik me herinner, blijf herinneren en ook blijf voelen…

 

#robertdenexpert #schatting #juwelen #oma #nonna #erfenis #herinneringen #antwerpen