Pagina's

vrijdag 3 juli 2020

HET IS HEMELS AAN DE HELLESTRAAT IN ASTENE

‘Een perfecte dag’, zou de titel van mijn volgend boek kunnen zijn. Die omschrijving paste helemaal op onze vaardag op de Leie, tussen Gent en Astene: blauwe lucht, witte wolkjes, stralende zon, aangenaam gezelschap, een hapje met een drankje, een terraslunch, een kunstwandeling met ijsje, een biertje op een terras en tussendoor gezapig rustig varen door sluizen, onder bruggen, tussen veelkleurig groen in kronkelend en kabbelend water, met eendjes en reigers als compagnons.



DUIKER 
Een dag om nooit meer te vergeten, al startte die in Portus Ganda met een hachelijk avontuur. De gsm van mijn man - met bankkaarten, identiteitskaart, rijbewijs en 50 euro - vloog, net voor het vertrek, door een goedbedoelde zwaaibeweging van mijn schoonbroer, met een natte plastiek ruit, het water in! Na een kwartier - informatie over een mogelijke ‘redding’ door de brandweer (te duur) en overleg met ons kwartet, wie en hoe in het water zou duiken - werd mijn schoonbroer, een stripper. Hij, die ons ruim in lengte klopt, dook moedig in zijn elegante streepjesshort. Hij verdween onder het troebele wateroppervlak en, o wonder, rees na amper tien seconden als een feniks uit het water: met de gezonken gsm in de hand! Applaus en bewondering waren tot ver buiten Gent te horen. Koffie en koek warmden de duiker op, na zijn zeer gewaardeerde heldendaad. Langzaam verliet de lichte posttraumatische stress zijn lijf, en de mijne. En de gsm? Die werkte krakkemikkig, maar nog, tot op heden (maar voor hoelang?).

SLUIS EN BRUG
Wat daarna volgde, was een ontspannende dag met wisselende luchten, welgekomen briesjes, een sluis hier en een brug daar, heerlijke weide-, oever-, gras- en boomzichten en chique villa’s zonder bewoners met geruisloze, kruipende grasrobots (zitten die in Knokke of Cannes?). 
Voor kleine/ grote dorst en honger waren er, in deze volgorde: een glas of twee champagne met hapjes, een vislunch in Afsnee en een romig lekijsje na een kerkhof- en kunstwandeling in Sint-Martens-Latem. Het slot? Een biertje op het terras van café ’t Oud Sashuis, Hellestraat 20, aan Astene-brug. Maak een wandeling in de buurt, ga er heen, drink een Schobiak (huisbier) en bestel een bruine boterham met paté. Het is een aanrader. Het pittige commentaar, de bulderende stem en de vriendelijkheid van bruggenwachter Wim krijg je gratis. Hij zegt kordaat en luid wat wel en niet mag, op je boot, aan de slagbomen of op zijn terras. Gehoorzamen moet je. 

DRAAIEN
Wim, zwarte baard, deugnietogen, in salopette en nonchalant, bedient aan het Sas van Astene de enige nog werkende handgedraaide brug in Vlaanderen en het café. Een sterrenplek voor fotografen en artiesten. Ik volg en film zijn ‘brugwerk’. Het open- en dichtdraaien is haast een automatisme, een ritueel: tussen mei en oktober - in een niet-coronajaar - doet Wim het ongeveer 1800 maal, gratis en met de glimlach. Op andere dagen op aanvraag. 
Hij vecht ook voor het behoud van deze historische plek, voor dit authentiek draaibruggetje en voor historische schepen. Hij heeft er zelf ook. 
’t Oud Sashuis is de bakermat van de vzw Historische Schepen. Het herbergt een stoffig-rommelig maar leerrijk minimuseum van voorwerpen en foto’s over de Leievaart. Vorig jaar zat Boris, een lawaaierige papegaai, aan de deur. Die hield alleen zijn mond als je hem verplaatste en wat melk. Boris is niet meer. Hij gaf in coronatijd de geest, na een longontsteking. 

IDYLLISCH
Als de avond valt, verdwijnen onze twee bootgasten. We maken nog een 5 km-wandeling in de buurt. De volgende morgen worden we laat wakker. We sliepen zonder geluid van mensen, muziek, auto’s, enkel met dat van vogels. Een droomplek. Nooit eerder zo’n vriendelijke sluis- of brugwachter ontmoet: niet in België, niet in Nederland, niet in Duitsland, niet in Engeland, niet in Tsjechië en niet in Frankrijk. Nooit eerder - en toch al wel een keer of tien gevaren in binnen- en buitenland - op zo’n idyllische plek, gratis, kunnen slapen, in ruil voor en koffie of een pint. En Wim leverde, op verzoek, verse croissants en broodjes. Het leven kan soms mooi zijn…

Zoek je een fietshalte onderweg of wil je logeren op een boot van Wim of met hem naar Parijs varen (mensen zonder streken mogen mee, na zijn goedkeuring). Mail naar info@astene-sas.be en kijk op www.astene-sas.be.


Video over brug en Wim: 

maandag 1 juni 2020

DE LAATSTE WOORDEN VAN GEORGE FLOYD

“Dat is mijn gezicht
ik heb niets ergs gedaan
alsjeblieft
alsjeblieft
alsjeblieft ik krijg geen adem
alsjeblieft
alsjeblieft iemand
alsjeblieft
ik krijg geen adem
ik krijg geen adem
alsjeblieft
(onhoorbaar)
ik krijg geen adem, mijn gezicht
sta toch op
ik krijg geen adem
alsjeblieft, een knie op mijn nek
sh*t ik krijg geen adem
ik zal
ik kan niet bewegen
mama
mama
ik kan niet
mijn knie
mijn nek
ik kan niet meer
ik kan niet meer
ik ben claustrofobisch
mijn maag doet pijn
mijn nek doet pijn
alles doet pijn
een beetje water
alsjeblieft
alsjeblieft
agent, ik krijg geen adem
dood me niet
ze gaan me doden
komaan alsjeblieft
ik krijg geen adem
ik krijg geen adem
ze gaan me doden
ze gaan me doden
ik krijg geen adem
ik krijg geen adem
alsjeblieft meneer
alsjeblieft
alsjeblieft
alsjeblieft ik krijg geen adem”

zondag 10 mei 2020

WAT IS EEN MOEDER?


Charles Leplae, Openluchtmuseum Middelhem


Het is zoveel en het kan zoveel zijn.

Het is proberen, proberen, proberen.

Het is soms slagen, soms ook falen.

Dat spijt me.


Het is ook koken, wassen, plassen. 

Het is proberen te doen, meer en beter te doen.

Het is denken en dromen over hoe en welke moeder zijn.


Zorgen en verzorgen.

Vertellen en herhalen, steunen en betalen.

Het is zoveel rollen combineren.

Dat lukt niet.


Het is veel, alles en perfect willen zijn.

Dat lukt ook niet.

Het is intens genieten van een woord, een gebaar, een daad.

Het is meestal vreugde, soms verdriet.

Dat niemand ziet.

Het is liefde geven en liefde nemen.

Het is uiteindelijk zijn, wat en hoe en wie we zijn.

Dat is goed, soms ook niet.


Ik ben blij een moeder van twee te zijn en te blijven.

Het blijft een verrassend geschenk, 

een klein mirakel, 

een onbeschrijfelijk avontuur.

💓


David Cerny, Beaufort 2006

zondag 1 maart 2020

BOMEN PRATEN STIEKEM MET ELKAAR

Steden moeten in bomen investeren. Dat kan ik enkel toejuichen. Dat advies komt volgens groenexpert Paul Geerts van oud-president François Mitterrand. 
Plant dus bomen. Hoe meer hoe liever. Het resultaat zal verbluffend zijn... omdat bomen praten met elkaar!




Als je een boom plant, dan liefst eentje die minstens 100 jaar wordt, raden Paul Geerts en landschapsarchitect Louis De Jaeger aan. En plaats ze dicht bij elkaar, in minibosjes, o.m. op braakliggende lapjes en verwilderde rotondes. Dan krijg je miniwoudjes, tiny forests. De gevolgen - zullen verbluffend zijn, want bomen kunnen praten! Ondergronds spreken ze heimelijk met elkaar. Wist je dat? Ik niet, maar ik vermoedde het wel en ik zag het bewijs ervan in de expo ‘Ondergronds’ in het Gentse STAM.

SPREKEN
Ja. Bomen praten stiekem met elkaar. Die wijsheid-wetenschap komt van de BBC (duidelijke video) en van onderzoekster Suzanne Simard (Ted-talk). Bomen lijken individuen, los van elkaar, maar dat zijn ze niet. Ze zijn verbonden, ze zijn zelfs altruïstisch. Bomen staan in contact met elkaar via wortels en schimmeldraden van zwammen. Zo spreken ze met elkaar, maar ze doen nog veel meer van en vrijblijvend gesprek voeren met hun soortgenoten: ze voeden elkaar, versterken of verzwakken elkaar, ze stelen of geven, ze werken elkaar tegen of spannen samen en soms vechten ze een oorlog uit. Hun ondergronds netwerk en communicatie zit echt ingenieus in elkaar. Het lijkt op een WWW, een Wood Wide Web.

LIEFDE
Ik bewonder bomen, in elk seizoen, op elke plaats. Ik praat ook graag met hen, luidop of in gedachte, al krijg ik geen commentaar, uitleg of antwoord. Ik houd van hen. Echt waar. Soms moet ik er gewoon eentje aaien, vastpakken of knuffelen. Dat doe ik in de hoop dat zo’n boom dat een langer, beter, gezonder en gelukkiger leven kan leiden. Of is dat een illusie, een droom, een wens, een sprookje? Het kan me echt niet schelen, ik wil gewoon bomen, meer boven. Want het zijn, wat Lois De Jaeger schrijft: de goedkoopste en beste fabrieken om CO2 op te nemen, zuurstof te produceren, fijn stof te filteren, droogtes en overstromingen tegen te gaan en zelfs voedsel te produceren. Het zijn wezens die gratis voor ons werken. 
Hartelijk bedankt bomen!




OORLOG
Dat bomen tegen een stootje kunnen - en nog veel meer - zag ik duidelijk op de website van In Flanders Field Museum. Stond er dan na WOI geen boom meer recht? Neen, echt niet al was het bomenverlies enorm. In en rond Ieper staan werkelijk bomen die zowel de Eerste als de Tweede oorlog overleefden, zelfs nadat er enkel een stuk stam overbleef. In het museum ligt wel stamschijf van een boom uit Elverdinge uit 1760 die de Grote Oorlog niet overleefde. De zwarte vlekken herinneren aan de bominslagen. Ja, bomen zouden straffe verhalen kunnen vertellen. Daarom werden trouwens in 2014 herdenkingsbomen geplant op de frontlinie, met blauw kader voor die van de geallieerden en met rood voor die van de Duitsers.
Bomen, waar ze ook staan of komen, ik kan ze echt niet meer missen.

Bronnen:
- How trees secretly talk to each other. BBC News, 29 juni 2018
- How trees talk to each other. TED-talk. Suzanne Simard, 30 augustus 2016
- In Flanders Field 




donderdag 13 februari 2020

IK HEB IETS MET VAN EYCK...


Voor de derde keer ‘viel’ ik voor Van Eyck. De eerste keer was dat ongeveer 45 jaar geleden, door mijn vader. De tweede keer gebeurde dat door een Leuvense antiquair, 8 jaar geleden. De derde keer gisteren: toen ik ging kijken naar de expo ‘Van Eyck. Een optische revolutie', in het Koninklijk Museum voor Schone Kunsten in Gent.


1975 EEN EERSTE KEER
Rond 1975 was het de droom én de wens van mijn vader, architect-volkskundige-kunstminnaar, het talent van Jan Van Eyck te tonen. En dat deed hij met een team, in het onbekende en onooglijke dorp As, waar hij/ik woonde. Ik herinner het me, alsof het gisteren was, die Van Eyck tentoonstelling in het gerestaureerde Sint-Aldegondiskerkje. Het waren, natuurlijk, geen originelen maar het werd een ‘Imaginair Museum van Eyck’, aan de hand van levensgrote en toen al in mijn ogen prachtige, verbluffend getrouwe reproducties achter glas. 

Ze waren het werk van de Gentse priester Alfons Dierick en zijn nu in het bezit van U Gent en op aanvraag te zien. Mijn vader stopte me een vergrootglas in de hand zodat ik de kleinste details kon ontdekken: het haar van de engelen, de plooien in Maria’s gewaad, de haast tastbare stoffen, de lichtweerkaatsing in edelstenen, de subtiele gelaatskleuren, de levendige figuren en landschappen. 

Echt overdonderd en gefascineerd was ik erdoor. Wat een vakmanschap voor een Vlaming uit de 15de eeuw. Ik was vooral fan van het dubbelportret van de Italiaanse koopman Arnolfini en zijn vrouw: hun handen en haar, haar groene jurk, de spiegel en dat hondje! On-ver-getelijk, al zag ik het 40-45 jaar geleden! Hoe dat komt? De combinatie van artistieke schoonheid en vakmanschap met hemelse muziek maakte een onvergetelijke indruk: mijn vader zorgde ervoor dat je Van Eyck kon bewonderen in gezelschap van de hemelse klanken van J.S. Bach.

In 2000, na de dood van Dierick, schreef hij diens zus:‘We waren hechte vrienden door en rond Van Eyck’. Hij vond dat Dierick niet de waardering en erkenning kreeg, die hij verdiende. Mijn vader bewonderde zijn opzoekingen, zijn kennis, zijn kunde en zijn fotografie over deze Vlaamse schilder. ‘Hij leefde voor Van Eyck’ schreef hij, en zijn liefde voor Van Eyck deelden ze. ‘Hij verrijkte mijn leven’. Het mijne dus ook. In zijn dagelijks gebed dankte hij Alfons Dierick omdat die man hem de liefde voor Van Eyck bijbracht. Ik bid niet, maar dank mijn vader voor hetzelfde gevoel.

2012 EEN TWEEDE KEER
In 2012, viel ik voor de tweede keer voor deze Vlaamse kunstschilder, net voor de start van de restauratie van zijn meesterwerk ‘Aanbidding van het Lam Gods’. Door de Leuvense antiquair Cor Engelen en Van Eyck kenner, ontdekte ik vreemde details die, zo meende Cor na grondig onderzoek, niet bij Van Eyck of diens tijd pasten. Ik ga met hem dat altaarstuk herontdekken en vaststellen wat de grondige restauratie aan het licht bracht... 

2020 EEN DERDE KEER
Gisteren mocht ik de overzichtstentoonstelling bezoeken in het Gentse Museum voor Schone Kunsten. Opnieuw ‘viel’ ik voor Jan. Het aantal getoonde werken van hem is niet groot, een 20. De rode draad zijn de 8 prachtige gerestaureerde buitenpanelen van het Lam Gods (het altaarstuk hangt terug in de Gentse kathedraal). Die zijn aangevuld met werk uit Wenen, Berlijn, New York, LA, Washington, VK, en Madrid, ook met (latere) kopieën (o.m. Coxcie), met werk van Italiaanse en Vlaamse tijdgenoten (o.m. Fra Angelico, Veneziano, Quinten Matsijs). Niemand van die tijd, blijkt zijn kunde te evenaren. Er zijn ook miniaturen, polychrome beelden, fijne sculpturen (o.m. meester van Rimini).

Wat een feest voor de ogen, die collectie! Met audiogids én vooral als je gids een gepassioneerde verteller is. Ik luisterde en keek er met 4, vrouwen en mannen. Wat een luxe. Ik hing aan hun lippen om niets te missen over dat grote talent: over zijn kleuren, waarheidsgetrouwheid, dieptezicht en achtergrondtaferelen, over zijn natuurgetrouwe weergave van bv. rotsen, lelies en vogels en hun symboliek, zijn geperfectioneerde olieverftechniek, over lichtinval en schaduwen en nooit eerder geziene details, over vergeelde vernislagen, loszittende verfdeeltjes, retouches en zijn handtekingen.

Ja, ik was voor de derde keer ‘verkocht’. Vooral door zijn heldere en frisse kleuren, zijn levensechte portretten, zijn verbluffende weergave van albasten beelden die uit hun lijsten schijnen te stappen. Het restauratiebudget en - tijd zijn ruimschoots overschreden, maar het is het waard. Ik had het liefst met mijn neus op de schilderijen gezeten: dat mocht en kon niet. 

‘Als je met de neus op zijn werken staat dan zie je pas echt hoe fantastisch gedetailleerd Van Eyck kon schilderen’ hoorde ik eerder terecht Johan Desmet van het MSK verklaren. Maar de op oppassers deden hun job. Jammer. Mijn favorieten? De man met de blauwe kaproen, de heilige Franciscus bij een rots die zelfs geologen boeit, de delicate Heilige Barbara, engelen… Jammer dat bv. naast de prachtige panelen van het echtpaar Vydt-Borluut - die roze jurk van haar! - geen kopie hing van hoe het vroeger was. Voor en na samen, dat zegt meer.
‘Nadat je die hebt gezien kijk je met andere ogen naar de dingen’, zei Desmet. Misschien is dat wat ik al in 1975 van deze meester leerde en wat ik in mijn schrijfwerk probeer: laten zien wat hij me liet zien: details die het leven maken en vullen…

Informatie?
- Sint-Baafskathedraal: de originele binnenluiken (Adam en Eva in MSK): https://sintbaafskathedraal.be/nl/bezoek_map/bezoek.html
- KMSK: Van Eyck, een optische revolutie. Tot 30/4: https://vaneyck2020.be/tickets/. 
- Sint-Niklaaskerk. Van 28/3 tot 1/11: ‘Lights on Van Eyck’, een multimediaal licht- en klankspektakel van 30 minuten: https://lightsonvaneyck.be/

Tips?
- Kies een dag en uur dat het niet te druk is. De meeste kunstwerken zijn niet zo groot
- Lees vooraf iets over Van Eyck of volg vooral een lezing.
- Neem een foto mee van vroeger mee om voor en na te vergelijken.
- Fotograferen is verboden
- Neem een audiogids of - nog beter - een echte gids!

Het is de grootste Van Eyck-expo ooit. 
Ga die dus zien en word een fan, net als ik. 
Een ticket is wel duur: 25/28/22 euro. 
Voor ‘Rubens en Van Dyck’ in Boedapest betaalde ik de helft...