Prachtig,
gevaarlijk en te zwaar, met andere woorden: nooit meer! Ik was opgelucht,
tevreden en trots dat ik die martelende wandeltocht van Lago di Braies (Pragser
Wildsee) tot Prato Piazza (Plätzwiese) in de Dolomieten aflegde, eh… overleefde.

Vijf
wandeldagen in de Dolomieten, Zuid-Tirol, Italië, drie natuurparken waarvan een
Unesco Werelderfgoed: het is nu of nooit, dacht ik. Met mijn 70+ moet ik er niet
binnen een jaar of vijf aan beginnen. De eerste dag was al een voltreffer, in
vele opzichten. Zo mooi maar nooit meer! Hoe mijn avontuur begon? Eerst met
de bus van Dobbiaco naar Lago di Braies, ongeveer 15 minuten. Bij aankomst: een
oogstrelend appelblauwgroen meer waarrond wandelen kan. Mijn man en ik kozen
voor - zoals ‘opgedragen’ in de onze wandelbeschrijving – een helft ervan rechtsom
stappen en dan het pad naar omhoog. Ik had niet alles van de beschrijving tot
in de detail gelezen-begrepen, wel ‘lang en moeilijk’ gezien, maar, eerlijk
gezegd, ik heb evenveel genoten als afgezien. En die tocht zal ik voor u proberen
te beschrijven…
Het wandelen
startte te laat - om 11u - want de 1ste bus kwam niet opdagen. Gewapend
met hoge bergschoenen, in afritsbroek en T-shirt, met zonnecrème, zonnebril,
pet, picknick, broodje kaas, appel en twee waterflessen (plus fleece en regenkledij
die ik niet nodig had) konden we aan 1100 m stijgen beginnen. Opvallend weinig
wandelaars voor en na: na afloop begreep ik dat! Je moet goed gek zijn om - badend
in de zon of in de regen – al is het op een laag ritme dat traject af te
leggen. Het 1 km lange turquoise meer verdampte tot een regenplas. Huurbootjes
en toeristen werden ‘beneden’ onbeduidende streepjes en stipjes.
RAMPEN
Het pad
slingerde verder, hoger en hoger, het landschap werd kaler en kaler… rotsiger
en steniger, maar ook groots, weids, ontzaglijk. Zag of zou ik ooit nog zoiets
zien? Neen, nergens. Niet in Zwitserland, niet in IJsland, Ierland of Schotland,
niet in Noorwegen… zelfs de Grand Canyon in de VS verbleekte, voor mij, bij dat
bergtoppenzicht.
Dat ik niet struikelde,
viel of neerstortte was een klein wonder. Ik overdrijf niet (of een beetje). Ik
moest me, met tussenpozen, geweldig concentreren, stap na stap, om niet het
slachtoffer te worden van onderuitgaan, oneffenheden, uitglijden… Hoe dikwijls
dacht ik onderweg: wat als er iets gebeurt? Ik zag in gedachte een scenario van
een heuse rampenfilm waarin de hoofdactrice was. Sorry, toekomstige wandelaars,
mijn verbeelding sloeg werkelijk op hol. Zal ik uitglijden? Neerstorten? Een val
overleven? Kan een helikopter me redden? Nooit eerder had ik een dergelijk scenario
bedacht, gevoeld, neen gevreesd. Kom ik heelhuids uit dit wandelavontuur zonder
bloeddrukval, hersenbloeding of hartinfarct.? Ja, onderweg dacht ik gewoon aan
alle mogelijke calamiteiten.

Twee vragen
popten als popcorn al na een uur of vier, voortdurend op: hoelang duurt deze
marteling nog? Zal ik dit hachelijk avontuur ongeschonden overleven? Ik kende de
antwoorden niet. Op de derde vraag – nog zo’n wandeling? - wel, met stelligheid: nooit meer! De toekomst
voor mij ligt in veel minder moeilijke wandeltochten.
HOGER
Ik moest ook volhouden
omdat ik niet kon stoppen, uitstappen of inkorten… of dat niet wilde (want er
was blijkbaar wel 1 mogelijkheid om af te haken, nl. aan de Rossalm, waar we
nota bene een koffie dronken, onder met muziek van een gitarist en een accordeonist). Naarmate we
hoger en hoger ‘geraakten’, viel het op dat er niemand voor of na ons steeg, via
hetzelfde stenige pad naar dezelfde eindbestemming. Dat bleef zo tot het
eindpunt… door wat volgde begreep ik dat helemaal: bij een bepaalde
etappe, aan een oranjekleurige koraalrotswand, hingen - gelukkig - stalen
kabels om de bocht te maken en veilig te passeren! Ik greep ze met al mijn resterende
kracht - niet veel - vast. Lossen kwam niet in mijn gedachte op. Spijt wel toen
de kabels stopte en ik weer een rotsig (naar mijn oordeel te) smal pad verder
moest volgen.
Enkele lawines van stenen belemmerden een klein stuk van ons traject, maar
niet onoverkomelijk: van ver leek de ‘oversteek’ onmogelijk, van dichtbij
mogelijk. Al moest het op handen en voeten. Hoe dikwijls prevelde ik dan wel:
Ann niet struikelen, niet vallen. Ik was de tel kwijt!

EMOTIES
Ik heb nooit
eerder zoveel gezweet, gezucht, geklaagd (ocharm mijn medewandelaar-man), en zo
dikwijls gestrompeld, gehijgd, gezucht en gestopt. Eigenlijk doorliep ik met
gemak alle mogelijke emoties: bewondering, verwondering, extase, geluk, trots,
tevredenheid, bezorgdheid, ongerustheid, twijfel, verwarring, hoogtevrees en… angst.
Nooit zulke variatie aan gevoelens moeten doorlopen in 8 uur tijd. Want ja
zolang duurde de beproeving, soms kwelling. Nooit zoveel schrik gehad tijdens een
wandeling! Ik lach nog op de foto maar dat is pure show…
Ik dank niet
God maar mezelf dat ik niet gevallen ben, neergestort ben, terwijl ik het lot
heb uitgedaagd. Lang en moeilijk, schrijft Zuiderhuis (onze reisorganisator in
de beschrijving) maar a.u.b. voeg de adjectieven ‘heel zwaar’ en ‘prachtig’, ‘
adembenemend’ erbij (nvdr: later enkel overtroffen door een wandeling rond de
Tre Cime, Unesco Werelderfgoed).
REDDEN
Toch echt jammer
dat een wandelaar op zijn tellen moet passen… letterlijk: op voeten, stappen,
pad, wegeltje moet letten en niet constant met de neus in de lucht en de ogen
op de weidse indrukwekkende omgeving kan voortbewegen. Die natuur, dat zicht op
die bergtoppen… de Dürrenstein, Lungkofl, Jaufen, Rode Wand en Hoge Gaisl. A l
kon ik niet zeggen welke top waar was. Achteraf dacht
ik wel: wat als we op een ‘verwacht’ moment niet kwamen opdagen in ons hotel?
Zouden ‘redders’ ons, op een bepaald uur, gaan zoeken als enkel onze bagage en
niet wij arriveerden? En hoe? Met zaklampen, touwen, plooibare draagberrie en
medische kit? Met helikopter? Een
veilige plek, laat staan eentje die in aanmerking zou kunnen komen voor een dalende
heli, zag ik niet… En ‘iemand’ verwittigen? Heel hoog in de bergen werkte onze
gsm niet… enkel de noodknop op de IPhone van mijn man… En wat als we geen zonovergoten
dag (de onze) maar plots regen, storm of bliksemschichten ons overvielen? De
tips van de reisorganisator - hoe gedragen bij slecht weer - had ik gelezen…
maar niet onthouden. Mijn dikke fleece en regenbroek had ik in mijn rugzak niet
mee, om mijn rug te sparen (wel na controle van het weerbericht).
BELONING
Mijn man liep
voorop, soms te ver… en dat na een herstel van een openhartoperatie twee jaar eerder.
Hij kon ‘het’ precies beter aan… of deed alsof? We zijn wel wandelaars, op
overwegend ‘platte’ bodems, geen getrainde
of geoefende bergbeklimmers. Ik heb echt dikwijls willen opgeven en stoppen,
maar dat ging dus niet. Op een bepaald moment bleven slechts twee mogelijkheden
over: terug naar beneden of toch naar boven. De tevredenheid, opluchting, trots
en voldoening bij aankomst op 2000 m hoogte was dan ook mateloos. En het geluksgevoel,
enkel en alleen om de vaststelling: we hebben dit overleefd! Echt waar.
En de beloning,
na die bijna 8 u marteling om 19u15 na 31.534 stappen? Het idyllische hotel Gaisl.
Nooit eerder was ergens ‘aankomen’ zo
heerlijk en vriendelijk. Bezweet, met natte t shirt en bestofte schoenen (geen
tijd om op te frissen en om te kleden want eten moest tussen 7 en 8)
rechtstreeks - zonder boze of verwijtende blikken - mochten we aan tafel,
getooid met een sneeuwwit laken… om na een deugddoend viergangenmenu in een
ruime hotelkamer met uitzicht op bergen te douchen en niet meer te bewegen. Mijn
voeten en lijf smeekten om water en platte rust. Mijn gevoel? Dit avontuur had
ik niet willen missen, maar nooit meer!
WENSEN
Mijn wensen werden
immers vervuld: ik viel niet (en hij ook niet!), gleed niet uit (niet noemenswaardig,
noch met kwalijke gevolgen), struikelde niet, raakte niet gewond door vallende
stenen, ik had geen zonnesteek, geen muggenbeten, ik was niet uitgedroogd of
uitgehongerd, neergebliksemd of uitgeregend. Ik had geen bloeddrukval,
appelflauwte, geen hartinfarct of hersenbloeding. Jaja, dat speelde echt bij
momenten door mijn hoofd! ‘Oma is een schrikscheet’, zou mijn kleinzoon van negen
zeggen. Een (tijdelijke) pijnlijke linkerknie, eksteroog en rechterteen na 14
km stijgen - geen spierpijn - kon ik als gevolgen gemakkelijk aanvaarden en
verdragen. Ik was en ben een gelukzak! Maar, ik herhaal, het was adembenemend,
maar nooit meer zulke wandeling, uitdaging, beproeving, marteling…
Ps. Wil je een
prachtig uitzicht (met mogelijkheden van wandelen), zonder mijn tocht (6-7u, 14
km, 1100 m stijgen en 580 m dalen), neem de bus van Dobbiaco naar de Prato Piazza…