Alle boeken van Ann Driessen

Alle boeken van Ann Driessen
Posts tonen met het label wandelen. Alle posts tonen
Posts tonen met het label wandelen. Alle posts tonen

dinsdag 30 juni 2026

MERAVIGLIOSO, PERICOLOSO E TROPPO DIFFICILE!

Prachtig, gevaarlijk en te zwaar, met andere woorden: nooit meer! Ik was opgelucht, tevreden en trots dat ik die martelende wandeltocht van Lago di Braies (Pragser Wildsee) tot Prato Piazza (Plätzwiese) in de Dolomieten aflegde, eh… overleefde.


Vijf wandeldagen in de Dolomieten, Zuid-Tirol, Italië, drie natuurparken waarvan een Unesco Werelderfgoed: het is nu of nooit, dacht ik. Met mijn 70+ moet ik er niet binnen een jaar of vijf aan beginnen. De eerste dag was al een voltreffer, in vele opzichten. Zo mooi maar nooit meer! Hoe mijn avontuur begon? Eerst met de bus van Dobbiaco naar Lago di Braies, ongeveer 15 minuten. Bij aankomst: een oogstrelend appelblauwgroen meer waarrond wandelen kan. Mijn man en ik kozen voor - zoals ‘opgedragen’ in de onze wandelbeschrijving – een helft ervan rechtsom stappen en dan het pad naar omhoog. Ik had niet alles van de beschrijving tot in de detail gelezen-begrepen, wel ‘lang en moeilijk’ gezien, maar, eerlijk gezegd, ik heb evenveel genoten als afgezien. En die tocht zal ik voor u proberen te beschrijven…

Het wandelen startte te laat - om 11u - want de 1ste bus kwam niet opdagen. Gewapend met hoge bergschoenen, in afritsbroek en T-shirt, met zonnecrème, zonnebril, pet, picknick, broodje kaas, appel en twee waterflessen (plus fleece en regenkledij die ik niet nodig had) konden we aan 1100 m stijgen beginnen. Opvallend weinig wandelaars voor en na: na afloop begreep ik dat! Je moet goed gek zijn om - badend in de zon of in de regen – al is het op een laag ritme dat traject af te leggen. Het 1 km lange turquoise meer verdampte tot een regenplas. Huurbootjes en toeristen werden ‘beneden’ onbeduidende streepjes en stipjes.

RAMPEN

Het pad slingerde verder, hoger en hoger, het landschap werd kaler en kaler… rotsiger en steniger, maar ook groots, weids, ontzaglijk. Zag of zou ik ooit nog zoiets zien? Neen, nergens. Niet in Zwitserland, niet in IJsland, Ierland of Schotland, niet in Noorwegen… zelfs de Grand Canyon in de VS verbleekte, voor mij, bij dat bergtoppenzicht.

Dat ik niet struikelde, viel of neerstortte was een klein wonder. Ik overdrijf niet (of een beetje). Ik moest me, met tussenpozen, geweldig concentreren, stap na stap, om niet het slachtoffer te worden van onderuitgaan, oneffenheden, uitglijden… Hoe dikwijls dacht ik onderweg: wat als er iets gebeurt? Ik zag in gedachte een scenario van een heuse rampenfilm waarin de hoofdactrice was. Sorry, toekomstige wandelaars, mijn verbeelding sloeg werkelijk op hol. Zal ik uitglijden? Neerstorten? Een val overleven? Kan een helikopter me redden? Nooit eerder had ik een dergelijk scenario bedacht, gevoeld, neen gevreesd. Kom ik heelhuids uit dit wandelavontuur zonder bloeddrukval, hersenbloeding of hartinfarct.? Ja, onderweg dacht ik gewoon aan alle mogelijke calamiteiten.


Twee vragen popten als popcorn al na een uur of vier, voortdurend op: hoelang duurt deze marteling nog? Zal ik dit hachelijk avontuur ongeschonden overleven? Ik kende de antwoorden niet. Op de derde vraag – nog zo’n wandeling? -  wel, met stelligheid: nooit meer! De toekomst voor mij ligt in veel minder moeilijke wandeltochten.

HOGER

Ik moest ook volhouden omdat ik niet kon stoppen, uitstappen of inkorten… of dat niet wilde (want er was blijkbaar wel 1 mogelijkheid om af te haken, nl. aan de Rossalm, waar we nota bene een koffie dronken, onder met muziek van een gitarist en een accordeonist). Naarmate we hoger en hoger ‘geraakten’, viel het op dat er niemand voor of na ons steeg, via hetzelfde stenige pad naar dezelfde eindbestemming. Dat bleef zo tot het eindpunt… door wat volgde begreep ik dat helemaal: bij een bepaalde etappe, aan een oranjekleurige koraalrotswand, hingen - gelukkig - stalen kabels om de bocht te maken en veilig te passeren! Ik greep ze met al mijn resterende kracht - niet veel - vast. Lossen kwam niet in mijn gedachte op. Spijt wel toen de kabels stopte en ik weer een rotsig (naar mijn oordeel te) smal pad verder moest volgen. Enkele lawines van stenen belemmerden een klein stuk van ons traject, maar niet onoverkomelijk: van ver leek de ‘oversteek’ onmogelijk, van dichtbij mogelijk. Al moest het op handen en voeten. Hoe dikwijls prevelde ik dan wel: Ann niet struikelen, niet vallen. Ik was de tel kwijt!


EMOTIES

Ik heb nooit eerder zoveel gezweet, gezucht, geklaagd (ocharm mijn medewandelaar-man), en zo dikwijls gestrompeld, gehijgd, gezucht en gestopt. Eigenlijk doorliep ik met gemak alle mogelijke emoties: bewondering, verwondering, extase, geluk, trots, tevredenheid, bezorgdheid, ongerustheid, twijfel, verwarring, hoogtevrees en… angst. Nooit zulke variatie aan gevoelens moeten doorlopen in 8 uur tijd. Want ja zolang duurde de beproeving, soms kwelling. Nooit zoveel schrik gehad tijdens een wandeling! Ik lach nog op de foto maar dat is pure show…

Ik dank niet God maar mezelf dat ik niet gevallen ben, neergestort ben, terwijl ik het lot heb uitgedaagd. Lang en moeilijk, schrijft Zuiderhuis (onze reisorganisator in de beschrijving) maar a.u.b. voeg de adjectieven ‘heel zwaar’ en ‘prachtig’, ‘ adembenemend’ erbij (nvdr: later enkel overtroffen door een wandeling rond de Tre Cime, Unesco Werelderfgoed).

REDDEN

Toch echt jammer dat een wandelaar op zijn tellen moet passen… letterlijk: op voeten, stappen, pad, wegeltje moet letten en niet constant met de neus in de lucht en de ogen op de weidse indrukwekkende omgeving kan voortbewegen. Die natuur, dat zicht op die bergtoppen… de Dürrenstein, Lungkofl, Jaufen, Rode Wand en Hoge Gaisl. A l kon ik niet zeggen welke top waar was. 

Achteraf dacht ik wel: wat als we op een ‘verwacht’ moment niet kwamen opdagen in ons hotel? Zouden ‘redders’ ons, op een bepaald uur, gaan zoeken als enkel onze bagage en niet wij arriveerden? En hoe? Met zaklampen, touwen, plooibare draagberrie en medische kit?  Met helikopter? Een veilige plek, laat staan eentje die in aanmerking zou kunnen komen voor een dalende heli, zag ik niet… En ‘iemand’ verwittigen? Heel hoog in de bergen werkte onze gsm niet… enkel de noodknop op de IPhone van mijn man… En wat als we geen zonovergoten dag (de onze) maar plots regen, storm of bliksemschichten ons overvielen? De tips van de reisorganisator - hoe gedragen bij slecht weer - had ik gelezen… maar niet onthouden. Mijn dikke fleece en regenbroek had ik in mijn rugzak niet mee, om mijn rug te sparen (wel na controle van het weerbericht).

BELONING

Mijn man liep voorop, soms te ver… en dat na een herstel van een openhartoperatie twee jaar eerder. Hij kon ‘het’ precies beter aan… of deed alsof? We zijn wel wandelaars, op overwegend  ‘platte’ bodems, geen getrainde of geoefende bergbeklimmers. Ik heb echt dikwijls willen opgeven en stoppen, maar dat ging dus niet. Op een bepaald moment bleven slechts twee mogelijkheden over: terug naar beneden of toch naar boven. De tevredenheid, opluchting, trots en voldoening bij aankomst op 2000 m hoogte was dan ook mateloos. En het geluksgevoel, enkel en alleen om de vaststelling: we hebben dit overleefd! Echt waar.

En de beloning, na die bijna 8 u marteling om 19u15 na 31.534 stappen? Het idyllische hotel Gaisl. Nooit eerder was ergens  ‘aankomen’ zo heerlijk en vriendelijk. Bezweet, met natte t shirt en bestofte schoenen (geen tijd om op te frissen en om te kleden want eten moest tussen 7 en 8) rechtstreeks - zonder boze of verwijtende blikken - mochten we aan tafel, getooid met een sneeuwwit laken… om na een deugddoend viergangenmenu in een ruime hotelkamer met uitzicht op bergen te douchen en niet meer te bewegen. Mijn voeten en lijf smeekten om water en platte rust. Mijn gevoel? Dit avontuur had ik niet willen missen, maar nooit meer!

WENSEN

Mijn wensen werden immers vervuld: ik viel niet (en hij ook niet!), gleed niet uit (niet noemenswaardig, noch met kwalijke gevolgen), struikelde niet, raakte niet gewond door vallende stenen, ik had geen zonnesteek, geen muggenbeten, ik was niet uitgedroogd of uitgehongerd, neergebliksemd of uitgeregend. Ik had geen bloeddrukval, appelflauwte, geen hartinfarct of hersenbloeding. Jaja, dat speelde echt bij momenten door mijn hoofd! ‘Oma is een schrikscheet’, zou mijn kleinzoon van negen zeggen. Een (tijdelijke) pijnlijke linkerknie, eksteroog en rechterteen na 14 km stijgen - geen spierpijn - kon ik als gevolgen gemakkelijk aanvaarden en verdragen. Ik was en ben een gelukzak! Maar, ik herhaal, het was adembenemend, maar nooit meer zulke wandeling, uitdaging, beproeving, marteling…


Ps. Wil je een prachtig uitzicht (met mogelijkheden van wandelen), zonder mijn tocht (6-7u, 14 km, 1100 m stijgen en 580 m dalen), neem de bus van Dobbiaco naar de Prato Piazza…

 

 

 

woensdag 29 juli 2020

BESSEGGEN: MIJN MOOISTE...


Verwonderd, verbaasd, overweldigd en zelfs betoverd was ik, tijdens mijn 16 km wandeling naar-over-rond de bergkam Besseggen in Noorwegen. Ik heb onderweg gestapt, geploeterd en geklommen. Ook gezucht en gekreund, want er lag, uitzonderlijk voor half juni, veel sneeuw. Maar dit wandelavontuur in 2015 had ik voor geen geld willen missen. Het niveau van de Besseggen-bergrugwandeling heet ‘gemiddeld’, met 980 m hoogteverschil, en goed voor zes tot acht uur wandelen, We klokten af, - door het lange en vele geploeter in de sneeuw en talrijke oh’s- en fotostops, - op tien uur!


Dat deze wandeling bijna tien uur in beslag zou nemen, had ik ’s morgens nooit vermoed. Rond een uur of negen namen mijn man en ik de boot in Gjendesheim voor een vaart over het Gjendemeer van geen half uur naar Memurubu. Van daaruit was er één weg terug naar de start: naar omhoog, over de bergen en weer naar beneden. De Besseggen-wandeling stond op ons wandelverlanglijst, omdat het een van de bekendste en/of mooiste wandelingen van Noorwegen zou zijn: een must voor elke Noor, eens in zijn leven. De winterse zomer maakte het wel extra wat schoeisel, kledij en proviand betreft.

AVONTUUR
Het werd een uniek avontuur met alle superlatieven. Adembenemend, indrukwekkend, avontuurlijk en onvergetelijk. Daar voelde ik me echt piepklein, overweldigd, nederig, soms ook bezorgd, nieuwsgierig, licht gestresseerd en op een bepaalde plek ook echt bang.De veel te late en lange winter – met sneeuwvlaktes, dreigend onweer en onzichtbare en twijfelachtige stukken paden - speelde zeker een hoofd rol. Wat rechts, in de diepte, en links, op onze hoogte, appelblauwgroene meren moesten zijn, waren die grauwgrijs en ijswit. Waar het heldergroen moest zijn, was het sneeuwwit. Waar de hemel blauw moest zijn, passeerden onheilspellende wolken. Waar het uitzicht immens ver moest zijn, belemmerde lage wolkenslierten het zicht. Het was soms zoeken naar de bedolven rode T’s op bordjes of rotsen van ons traject. Waar een pad in een grasvlakte hoorde, was er een voetspoor in een dikke laag sneeuw. Dat volgden we molenwiekend om het evenwicht te bewaren. Constant waren lichte of donkere wolken, regen en sneeuw wisselende en kortstondige compagnons. ‘In geen honderd jaar zo’n slecht weer’, bevestigde een plaatselijke klimmer. Dat wilde wat zeggen. Gelukkig is slecht weer zoals een slecht humeur: dat passeert – soms – snel. En met dank aan de onbekende snellere voor
stappers - beter geoefende bergwandelaars - wiens sneeuwsporen ons enigszins geruststelden en leidden.

ANGST
Op een bepaald moment, aan de bergkam - een echtpaar met hond moest noodgedwongen rechtsomkeer maken -, vermaande en vermande ik me met: ‘Ann, niet omkijken! Rustig blijven, niet praten. Langzaam klimmen, stap voor stap, eerst je handen zetten, dan je voeten. Kijk goed waar. Haast je niet… anders stort je naar beneden’. Ik was echt bang aan die steile kam. Panikeren was echter niet nodig, ook al had onze gsm geen bereik. Ons hotel was op de hoogte. Hulp bleek niet nodig, ook niet na de val van mijn man: enkel een schaafwonde, geen gebroken rib of bril.

TEST
Die tocht was een serieuze test en oefening in uithouding, volharding en in conditie. Gelukkig afgewisseld met zitten, kijken en ongelooflijk genieten van oogstrelende landschappen, immense vergezichten, ongerepte stukken natuur. De voldoening, het gevoel het onmogelijke te hebben volbracht, vervulde me dagenlang… en nu soms nog. Ik boog en buig, zoals steeds, het hoofd. Mijn respect voor de natuur is immens en eindeloos...


Ps. De nacht erna droomde ik dat ik tijdens een bergwandeling naar beneden stortte. Terwijl ik viel, schrok ik en schoot ik wakker… en prijsde me gelukkig dat ik in mijn bed lag. Een troost: ik hield van mijn echt avontuur nauwelijks spierpijn en geen pijnlijke over. Wonder boven wonder…


maandag 19 augustus 2019

GEEF MIJ MAAR DE BERGEN...


Geef mij maar de bergen…
Want daar kan ik wandelen naar hartenlust, met en zonder grote en kleine kabelliften of treintjes, met of zonder paadjes, tussen en op steentjes of rotsblokken, stappend, klimmend en kruipend, van enkele minuten tot hele dagen, terwijl ik al dan niet sterk stijg of daal.

Want dan ben ik een speelbal van het weer: van zon en regen, van wind, van sneeuw of ijs… en ik moet het gewoon aanvaarden. Goed gejast en flink geschoeid is dat geen probleem… met dank aan Chris en zijn rugzak, met extra kledij, picknick, fruit en water!

Want daar kan ik dromen, over hoe het is te kunnen vliegen, over hoeveel tinten wit, grijs en blauw er zijn, maar ook over hoe één worden met de natuur, met de wereld, met het gras, de bomen, de stenen.

Want dan kan ik mijn stappen tellen of niet, maar ben ik toch fier als ik er af en toe 20.000 haal!

Want dan moet ik niet afzien als ik dat niet wil omdat ik - naargelang van moeheid, temperatuur, doorzettingsvermogen en gezelschap - mijn wandelingen kan aanpassen; er zijn er mogelijkheden voor groot en klein, oud en jong, niet en wel goed ter been.

Want daar krijg ik inspiratie voor een volgende reis, voor een volgende wandeling, voor een of andere blog, voor een fragment, voor een quote, voor een foto, enz. Dat gebeurt geregeld zowel op een top als naast de sneeuw, in een ijsgrot, enz.

Want dan voel ik me zo nietig en besef ik beter dat ik, een mens (van goede wil), heel tijdelijk en kort leef op deze aarde terwijl de natuur – vooral bergen en bomen - decennia, eeuwen is, vecht en blijft…. Tenminste als wij alen daar meer zorg voor zullen dragen

KORTOM...
Geef mij maar de bergen want dat geeft mijn lichaam en geest, hart en ziel enorm veel en enorm veelzijdige zuurstof. Ze bezorgen me een opkikker van jewelste: alles is mooier, gaat en kan beter na een fikse tocht in de grillige en oneffen natuur. Ik voel me na elke wandeling een mini-ontdekkingsreizigster, een winnaar, neen overwinnaar. De oneindige vergezichten met de meest afwisselende wolkenformaties maken me euforisch blij en ontroeren me steeds weer! Ik krijg er niet, nooit, genoeg van.
Geef mij maar de bergen… al ben ik ook dol op de zee!






Ps. De bergen rond Chamonix: meer dan een verkenning waard.

vrijdag 22 september 2017

De trap naar de duivel

Een tip voor de dochter van Els die in Schotland studeert: ga wandelen. Het is er prachtig! Stap de 152 km lange West Highland Way. Vooral één etappe daarvan is me bijgebleven: die met de Devil’s Staircase, tussen Glencoe en Kinlochleven. De 550 m hoge klim was hels, zoals zijn naam voorspelde. Elk excuus greep ik aan om even te stoppen en nog was het op de tanden bijten, zigzag naar omhoog. Zuchtend en puffend. Maar in Edencoille B&B was het daarna hemels...



Dit stukje wandeling kwam na een dagtocht van 20 km naar Glencoe, met een passage door een mysterieus desolaat weinig begroeid veengebied. Daar is, gelukkig, bijna geen kat te zien is; ook  geen struik of steen om je met een wc rol te verbergen. Ik had er in augustus 2011 een dikke fleece, muts en handschoenen nodig, inclusief regenkledij en stevige enkelhoge wandelschoenen. 

Nacht
Eerst, voor de grote klim, een nacht in een charmant, maar gedateerd en horig Kings House hotel met 17de eeuwse roots. Dat wordt momenteel wel stevig gemoderniseerd. Het ligt in een weids dal, omringd door imposante bergen als de Glen Coe rechts en de Glen Etive links, met de pyramide van Buachaille Etive Mòr (Grote Herder van Etive) ertussen. Wilde herten komen ’s avonds grazen aan de achterdeur, wat idyllische plaatjes oplevert. 

Hels
Na een stevig ontbijt worden de Schotse Hooglanden werkelijkheid. Onze dagwandeltocht van 23 km loopt via een vals plat tot aan het begin van de Devil’s Staircase. Die klim van 550 meter heeft zijn naam echt niet gestolen. Het smalle pad kronkelt steil naar omhoog. Het ligt bezaaid met stenen die zelf voor een paar degelijke Lowa Renegade een uitdaging zijn. Ik stapte en stapte, stopte, dronk een slok water, zuchtte en dat scenario herhaalde zich wel 3x voor ik de top bereikte. Onderweg kon ik met een mengeling van afschuw, bewondering en medelijden op- en neerkijken naar twee Duitse jongelui die hetzelfde tracé trotseerden, gewapend met rugzak en tent. Het deed me denken aan die ene keer, in mijn Leuvense studententijd, dat ik kampeerde in Noord-Italië. Nooit meer. 
Mijn blik dwaalde af van de tentgangers naar het landschap rond die duivelse trap. Zo mooi. Zo mooi. Het bleef wel zwoegen tot de top. Een helse karwei. Iedereen deed het op zijn of haar eigen tempo; we waren niet alleen. Elk excuus om even te stoppen greep ik aan. Het was echt tanden bijten en zigzaggen via een hyper smal paadje naar het hoogste punt van die Duivelse Trap.
Reusachtig
Er zijn van die dagen dat een mens zou willen gaan zitten en blijven zitten. Dat was er zo eentje. Maar er was geen ontkomen aan: ik moest verder, ik moest omhoog. Ik sleepte me naar boven, moest mezelf moed inspreken. Goed dat de weergoden goedgeluimd waren. Met een bui zou de klim lastiger en ook gevaarlijker zijn. Mist en regen zouden het zicht belemmeren en de keien smeren als boter. Ik weet niet of het verhaal klopt, maar Patrick MacGill schreef in 1914 dat heel wat mannen, die aan de dam in Kinlochleven werkten, in de winter verloren liepen na een nachtje stappen. In de lente werden ze op de Devil’s Staircase teruggevonden, bevroren. Misschien daarom dat Dickens Glencoe de begraafplaats van een ras van reuzen noemde?

Top
De top bereiken was dan ook ge-wel-dig, al was de wind ijzig. Oef's en de ah's stroomden uit mijn mond en ook uit die van mijn compagnon, want geloof me: hij zag ook af. Zoals gewoonlijk nam hij de zwaarste last op zich: de grote rugzak (ik de kleine) met onze lunch:

flessen water, broodjes, kaas, koeken, appels en bananen, servetten en zijn onmisbaar Suisse knife. Wat hield ik van die kerel, af en toe mijn muilezel. We zochten op een rots een zitplaats om te picknicken en iets verder een plek om, zo mogelijk, gewapend met een wc-rol het nodige te doen. Het tweede deel ging bergaf, dus vlotjes naar Kinlochleven met zijn oude dam, een oude dam, ijsklimbaan, en zalm die uit de rivier springt. De kilometers wogen, de voeten protesteerden. Aan de andere kant van het dorp lag de beloning: een vier sterren B&B met acht kamers. 

Verwend
Edencoille was niet alleen een perfecte slaapplek, ook een mini-museum met de supervriendelijke, behulpzame gids en gastvrouw Elsie Robertson. De romantische kamer in hemelsblauwe kleuren had gewoon alles: pralines bij de (zelfgemaakte) koffie of thee, porseleinen poppen op kast en bed, een gerieflijke badkamer. Een bed uit een boekje, een kamer uit een sprookje. Moeder, vader, zoon en dochter: het zijn verwoede verzamelaars van poppetjes, treintjes, kannen, soldaatjes, strips, enz. Ze zijn ook wild van de prestigieuze Hamilton Collection.
Na een uur liggende pauze met een kop kruidenthee, trokken we met tegenzin opnieuw onze wandelschoenen aan om, 2 km verder, in het nette restaurant van het MacDonald Hotel haggis, gehakt in schaapsmaag, te proeven. Lekker. Echt waar. Slapen deden we vroeg en als rozen, of (brave) baby’s. 
Het ontbijt was om u tegen te zeggen. Noem het, het was er. Te veel en te lekkere dingen, zodat we meer dan gewapend, na deze vijfsterrenervaring, konden beginnen aan de laatste 23 km van de West Highland Way met als eindbestemming Fort William. 
Edencoille B&B, een adres om te bewaren.




donderdag 10 maart 2016

MET EEN BOEK OP STAP

Ik ben gaan wandelen met een boek in de bib. Niets ongewoons, zou je denken. Maar mijn boek leefde. Het heette ‘Answered Prayers’ van Truman Capote, maar was in het dagelijkse leven Mari Matre Larsen, een Noorse danseres-actrice. 

We namen de lift. Op de derde verdieping tussen de volle boekenrekken gingen we zitten, met uitzicht op het Capitole, mijn wandelend boek en ik.
Ik moest geen bladeren omslaan. Ik moest me niet op letters en woorden concentreren. Ik kon mijn ogen sluiten en wegdromen… maar vooral: ik kon zien wat ik hoorde vertellen, net als in een film. Ze praatte zacht, een heel mooi Engels, niet te snel, ik kon goed volgen. Ja, ik had het me moeilijk gemaakt door een Engels boek te kiezen, maar ik leef tenslotte om elke dag iets te leren.

‘Answered Prayers, an unfinished novel’ van Truman Capote (of Truman Streckfus Personszoals hij echt heette) had ik nooit gelezen. Niet dat ik wild van hem was. In Cold Blood - interessante film (boek) gebaseerd op de moord op Herbert Clutter, zijn vrouw Bonnie en kinderen Nancy en Kenyon in 1959 - kwam hij me niet erg sympathiek over, eerder aanstellerig en veeleisend. Maar schrijven kon hij, de man met een hoog IQ, denk maar 'Breakfast at Tiffany's' en zijn talrijke stukken voor The New Yorker. Jammer genoeg ging hij in 1984 aan drugs en drank ten onder, op zijn 59ste.

Mijn boek had het over het eerste hoofdstuk van die novelle: ‘Unspoiled Monsters’, een fragment van om en nabij 13 bladzijden. Over ene P.B. Jones die als een vondeling werd achtergelaten, in een klooster opgroeide, daar en daarna een zeer uitgebreid en gevarieerd seksueel leventje leidde, met volk van allerlei pluimage optrok en een carrière als schrijver ambieerde. Capote's dark doppelganger, zo werd gezegd. Hij wordt ook niet zonder treden ‘pioneer of the nonfiction novel’ genoemd. Door zijn geroddel over the rich and famous in de krant verloor hij wel veel ‘vrienden’.

Haar lezen en mijn luisteren vlogen voorbij. Ik kon mevrouw het boek tussendoor vragen stellen al wilde ik haar zo weinig mogelijk storen. Ik werd luisterend rustig, slaperig zelfs. Dat boekuurtje was een privévoorstelling: zij, ik en dat boek tussen boeken. Geboekt bij de Vooruit met performance in de hoofdbibliotheek van Gent.
Ik zag, bij het wachten, nog boeken - ook Nederlandse - zitten wachten op een lezer, net als ik. Tot en met zaterdag zijn ze er nog. Dan gaan de wandelende boeken op reis: niet allemaal, een stuk of zes, net als in Gent. Ze kwamen al van Amsterdam en Brest en gaan nu naar Sydney, Australië.

‘More tears are shed over answered prayers than unanswered ones
Truman Capote.

Sprekende boeken. Het deed me denken aan Marraineke, de moeder van mijn moeder. Ze kwam - met een beenamputatie en half blind - bij ons tienkoppig gezin wonen. Om de twee weken kwamen met de post nieuwe bandjes: gesproken boeken, zo noemde ze het. Met de handen in haar schoot zat ze onbeweeglijk te luisteren. Spreken deed ze niet veel meer. En later engageerde mijn vader zich voor Licht en Liefde. Vriend Tom leest al een kwarteeuw boeken in voor blinden en twee jaar geleden werd ‘Oorlog in mijn hoofd’ van Karen en mij voor Luisterpunt ingelezen. Lezen, kunnen lezen, of minstens horen wat anderen lezen, het is een geschenk. Een boek opent niet alleen je ogen maar ook je geest en je hart. Dat weten bibliotheken, dat weet Vooruit én Behoud de Begeerte ook. Daarom alleen al zou BdB moeten blijven bestaan…



ps. Het hele project 'It all happens in your head' van de Noorse choreografe Mette Edvarsen bevat wel 70 boeken in vele talen. 





vrijdag 2 mei 2014

WEEKENDWANDELING




8 km stappen en genieten tussen Afsnee, Asselt en Drongen... 

Bedankt Slefferkes, voor de kaart...